Stoma

Darmstoma (een kunstmatige uitgang)

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de procedure rond het aanleggen van een darmstoma (een kunstmatige uitgang). Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Een stoma

dl_ileostoma

U heeft van uw arts gehoord dat er bij u een stoma moet worden aangelegd of dat de kans op een stoma bij uw operatie aanwezig is.

Een stoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting of urine. In deze folder zal alleen het stoma voor de ontlasting aan de orde komen. Een darmstoma is een kunstmatige opening van de darm die vastgehecht wordt in de huid van de buikwand. Een stoma wordt aangelegd wanneer de ontlasting het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten. Ook kan een stoma nodig zijn om een deel van de darm rust te geven.


Algemene info mbt stoma

Tijdens een operatie waarbij een laag gedeelte van de endeldarm wordt verwijderd (low anterior resectie) kan soms worden gekozen voor het aanleggen van een tijdelijk stoma (op de dunne darm = ileostoma ; op de dikke darm = colostoma) om de nieuwe darmnaad te beschermen tijdens de genezingsfase. De ontlasting verlaat in dit geval via een tijdelijk stoma de buik.

Een zeer lage nieuwe darmnaad geneest soms moeilijk door een geringere bloedvoorziening ter plekke. Voorafgaande bestraling is hierop van invloed. Door een tragere genezing bestaat de kans op onvolledige “waterdichtheid” terwijl ontlasting reeds zou passeren. Ontlasting kan op dat moment buiten de darm lopen in het kleine bekken met al nadelige gevolgen van dien. Dit laatste noemen we een “naadlekkage”. Indien geen stoma is aangelegd moet opnieuw worden geopereerd. Meestal is het in dit geval niet mogelijk de lage darmnaad te redden en moet de hele zaak worden “ontkoppeld” met het aanleggen van een stoma op de dikke darm (colostoma). Het colostoma heeft in dit geval slechts 1 opening (aanvoer ontlasting): einstandig stoma. Het resterende rectumgedeelte waarmee de verbinding was gemaakt, wordt zo mogelijk dichtgemaakt waarbij slijm en restjes ontlasting zich via de anus naar buiten begeven. Het is naderhand technisch vaak niet meer mogelijk om opnieuw een verbinding te maken zodat het stoma definitief blijft: definitief stoma.

Een eventuele kleine naadlekkage waarbij de naad niet over de volle omtrek “waterdicht” zou kunnen zijn in een eerste fase kan in ‘alle rust’ genezen zonder verstrekkende gevolgen dankzij het beschermende stoma. Tijdens poliklinische controle kan na enige maanden middels een contrastfoto het herstel worden beoordeeld.

demo stoma

dubbelloops ileostoma


dl colostoma

dubbelloops colostoma

(onder het stoma zit een tijdelijke plastic staafje wat er voor zorgt dat de darm niet terugzakt in de buikholte; zodra de darm verkleefd is met de huid wordt dit verwijderd (1 week))


dubbelloops colostoma

Het tijdelijk stoma dat wordt aangelegd wordt gemaakt door het omhoog trekken van een darmdeel door een speciaal hiervoor gemaakte opening in de buikwand. Deze plaats wordt van te voren aangetekend door een (stoma)verpleegkundige om te voorkomen dat het stoma naderhand op een lastige plek zou zitten, bv net thv de broekriem of buikplooi. Door de opening die in dit darmdeel wordt gesneden kan de ontlasting naar buiten stromen in een speciaal opvangsysteem (stomaplak en -zakje). Indien men een vinger naar binnen zou steken kun je 2 kanten op: de aanvoer kant en de afvoerkant richting anus: “dubbelloops stoma”.

Het dubbelloops stoma kan zowel worden aangelegd op een deel van de dikke darm(colon) = dubbelloops colostoma (foto’s boven) als ook op de dunne darm (ileum) = dubbelloops ileostoma. (foto boven) De keuze van het soort stoma wordt bepaald door de voorkeur van uw behandelend chirurg.

Onder normale omstandigheden is het mogelijk de ontlasting op te houden dankzij de kringspier van de anus. Met een stoma kan dat niet meer. De ontlasting die het stoma verlaat, moet worden opgevangen. Daar zijn speciale opvangmaterialen voor en methoden om het opvangen van de ontlasting te regelen.


Een stoma kan dus:

  • aangelegd worden op de dunne darm (ileostoma) of op de dikke darm (colostoma).
  • tijdelijk of blijvend zijn. Een tijdelijk stoma wordt bijvoorbeeld aangelegd om een darmdeel rust te geven, een blijvend stoma wordt aangelegd bijvoorbeeld wanneer de hele dikke darm verwijderd wordt.
  • eindstanding zijn of dubbelloops. Een eindstanding stoma heeft één opening, een dubbelloops stoma heeft twee openingen naast elkaar. Uit de ene opening komt de ontlasting, uit de andere alleen slijm (afkomstig van het slijmvlies van de darm). Een tijdelijk stoma is vaak dubbelloops.

Wanneer een deel van de darm wordt uitgeschakeld – er komt dan tijdelijk of blijvend geen ontlasting meer langs – kan dat darmdeel nog steeds ‘ontlasting’ produceren. Het slijmvlies in dat darmdeel blijft namelijk slijm vormen.

De plaats van het stoma

De plaats waar het stoma aangelegd zal worden, hangt af van een aantal factoren. Voor de operatie komt er meestal een stomaverpleegkundige bij u langs. Deze verpleegkundige heeft zich op dit gebied gespecialiseerd en kan u veel vertellen over het stoma en de gevolgen daarvan. Tevens bepaalt deze verpleegkundige in overleg met u de voorkeursplaats voor het stoma. Die plaatsbepaling hangt af van de vorm en de plooien van de buik en van de kleding die gedragen wordt. Toch zal dit slechts een aanduiding kunnen zijn, want de arts, die u opereert, is natuurlijk afhankelijk van de omstandigheden in de buik.

In geval van een spoedoperatie is die plaatsbepaling veel moeilijker. De plaats hangt dan helemaal af van de bevindingen tijdens de operatie. De meest voorkomende plaats voor een stoma is de rechter- of linkeronderbuik.

De operatie

Voor het aanleggen van een stoma is een opname in het ziekenhuis noodzakelijk. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose). De anesthesist geeft u hierover nadere informatie. De duur van de operatie is sterk afhankelijk van het soort operatie waarbij het stoma wordt aangelegd.

Bij het aanleggen van het stoma brengt de arts het darmdeel dat het stoma moet gaan vormen door een opening ter grootte van een euro door de buikwand naar buiten. De darm wordt vervolgens vastgehecht aan de huid. De binnenzijde van de darm (het slijmvlies) vormt dus het zichtbare stoma. Na de operatie wordt er een opvangzakje geplaatst over het stoma.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk.

  • Zo kan het darmdeel dat door de buikwand verloopt problemen met de doorbloeding krijgen. De kleur van het stoma verandert dan (donker rood – blauw). Wanneer de doorbloeding erg slecht wordt, moet het stoma opnieuw worden aangelegd.
  • Ook kan er stuwing optreden van het stoma. Het stoma ziet er dan bleek en gezwollen uit. Dit gaat meestal na een paar dagen vanzelf over.
  • Het slijmvlies van de darm is goed doorbloed en kwetsbaar. Het kan daarom vrij makkelijk bloeden, hetgeen in het algemeen niet verontrustend is.

Er zijn ook complicaties op langere termijn mogelijk.

  • Er kan door de opening in de buikwand een zwelling naast het stoma ontstaan. Dat is dan waarschijnlijk een buikwandbreuk (hernia). Door het gat in de buikwand komt dan meer buikinhoud naar voren dan alleen het darmdeel dat het stoma vormt. Geeft dit veel klachten dan wordt deze breuk operatief hersteld als het technisch mogelijk is. Het kan zijn dat het stoma dan verplaatst moet worden.
  • Soms treedt er op de lange duur een vernauwing op van het stoma. Oprekken kan dan nog wel eens helpen, soms is een nieuwe operatie nodig.
  • Ook kan er meer slijmvlies uit het stoma puilen (prolaps). Dat komt doordat de darm als het ware naar buiten gedrukt wordt. Bij klachten kan een nieuwe operatie nodig zijn.

Na de behandeling

Na de operatie zal de aandacht gericht zijn op uw herstel en het leren omgaan met het stoma. Hierbij zal de stomaverpleegkundige een steun zijn.

Ook zal er aandacht zijn voor de voeding. Bepaalde voedingstoffen kunnen dunnere ontlasting geven, waardoor een snellere darmpassage of meer gasvorming optreedt. Dat kan bij een stoma hinderlijk zijn.

Na een ileostoma verliest u in het begin veel vocht en zout, eventuele tekorten zullen moeten worden aangevuld.

Ontslag uit het ziekenhuis

Als alles goed gaat kunt u in het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis geregeld.

Wanneer u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u zich op dat moment voelt.

Meer informatie

Het zal duidelijk zijn dat een stoma altijd een grote verandering in het leven geeft, die met veel vragen en onzekerheden gepaard gaat. Deze folder kan u daarbij van nut zijn, maar u heeft wellicht behoefte aan meer informatie. Bij de Nederlandse Stomavereniging ‘Harry Bacon’ ( 0346 – 26 22 86) en de Stoma Stichting Nederland ( 0182 – 63 15 07) kunt u terecht voor lotgenotencontact en informatie over bijvoorbeeld voeding, seksualiteit en sporten.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Tot slot

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Bron

Bij het opstellen van deze brochure werd gebruik gemaakt van tekst uit de patientenfolder zoals opgesteld onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, uitgebreid met meerdere illustraties en tekst, en aangepast door de webmaster van deze website.

Terug naar boven

Terug naar boven