Chirurgische behandeling: Arthroscopie van de knie
(Kijk operatie in de knie)

Inleiding

U heeft samen met de arts besloten tot een kijkoperatie van uw knie. Deze folder dient als informatiebron. U vindt in dit boekje begeleidende informatie en adviezen ten aanzien van:

Wat is een arthroscopie?

Voorbereidingen

De kijkoperatie

Wat kan er tijdens een kijkoperatie in de knie worden vastgesteld ?

Leefregels na een arthroscopie

Voorlichtingsprogramma arthroscopie van de knie

Het lopen met krukken

Trainingsopbouw na een knie-operatie

Wat te doen bij vragen of problemen

Wat is een arthroscopie?

Een arthroscopie is een kleine ingreep, die bestaat uit het, via een dunne starre buis, kijken in gewrichten. Met name in het kniegewricht, maar ook wel in de schouder, de elleboog, de pols en in het enkelgewricht. De ingreep kan worden uitgevoerd om informatie over het gewricht te verkrijgen, vandaar de naam "kijkoperatie". In veel gevallen worden afwijkingen tijdens de arthroscopie meteen behandeld. Een op traditionele wijze uitgevoerde operatie hoeft dan niet te worden uitgevoerd. Soms wordt bij het kijken duidelijk dat er nadien toch nog een grotere operatie moet plaatsvinden.

Bij een arthroscopie wordt gebruik gemaakt van een ongeveer vier millimeter dikke buis die is voorzien van een lichtbron. Deze wordt onder verdoving in het gewricht gebracht. Om rond te kunnen kijken moet enige ruimte worden geschapen. Dat gebeurt door het gewricht permanent te spoelen met een flinke hoeveelheid steriele vloeistof. De vloeistof heeft nóg een functie: het laten wegvloeien van bloed, weefsel en eventuele ongerechtigheden om daarmee een helder beeld te krijgen en te houden.

Voorbereidingen

De huid ter hoogte van de knie wordt eerst goed gereinigd en eventueel onthaard. Voorafgaand aan de ingreep kan u een kleine injectie met een lage dosis bloedverdunner worden toegediend. Dit heeft als doel om het weliswaar lage risico op thrombose (#< 5%) nog verder te verlagen. Aangezien hierover geen eenduidige mening bestaat binnen de beroepsgroep zal dit laatste mede afhankelijk zijn van de voorkeur van uw behandelend chirurg en bovenal van het feit of u reeds een verhoogd risico op thrombose hebt, o.a. in het verleden doorgemaakte thrombose, overgewicht e.a..

Al eerder heeft u met de behandelend specialist overlegd over de wijze van verdoving. In principe kunt u kiezen uit twee mogelijkheden: algehele anesthesie ("narcose")(waarbij u gaat slapen) of regionale anesthesie ("ruggeprik") door middel van een injectie in de rug waardoor uw lichaam, van de navel tot en met de voeten, gevoelloos wordt gemaakt. Indien er gekozen is voor regionale anesthesie, en u dus gewoon bij bewustzijn bent, kunt u op een TV-scherm meekijken, als u dat wenst. Op de kijkbuis is namelijk een kleine camera aangesloten, zodat het hele team via het scherm een goed overzicht heeft.De specialist kan dan tijdens de operatie uitleggen wat er met uw knie aan de hand is.

De Kijkoperatie

Bij een arthroscopie van de knie wordt het betreffende been na de verdoving ingezwachteld met een rubber band. Deze heeft als functie om zo veel mogelijk bloed uit het been te stuwen. Om deze situatie te handhaven, wordt gedurende de duur van de ingreep om het bovenbeen een manchet aangelegd en opgeblazen met lucht tot een zekere druk is bereikt. Het gewricht wordt vervolgens onder een geringe overdruk gevuld met steriele vloeistof. De kijkbuis kan nu gemakkelijk en zonder risico worden ingebracht.Als dat nodig mocht zijn, worden er via een tweede of derde ingang andere instrumenten in het gewricht gebracht. Met deze instrumenten kan de arts knippen en snijden, dus een hele ingreep uitvoeren. Op deze wijze kunnen aandoeningen van het kapsel, slijmvlies, kraakbeen of meniscus worden behandeld. Ook de banden van het gewricht kunnen worden behandeld. Er wordt tevens wel eens een klein stukje weefsel verwijderd voor onderzoek om meer inzicht in een bepaald ziekteproces te verkrijgen.

De ingreep duurt maar kort, (15 tot 20 minuten).

In sommige gevallen zal de specialist gebruik maken van hechtingen of plakstrips. Hierna wordt het gewricht ingepakt met een drukverband.

Foto toont het arthroscopisch beeld van een normale meniscus welke wordt gecontroleerd mbv een tasthaakje.

In geval van een meniscushechting of een bewerking van het kraakbeen met zogenaamd icepick (zie verdere tekst), zal u geadviseerd worden om na deze ingreep onbelast te mobiliseren met krukken.

Wat kan er tijdens een kijkoperatie in de knie worden vastgesteld?

Foto's tonen beelden van een gedeeltelijke meniscusscheur voor en na verwijdering van het slechts het kapotte gedeelte.

Een meniscushechting:

Er wordt een scheurtje in de meniscus gevonden in het goed doorbloede deel van de meniscus. Dit scheurtje kan behandeld worden middels een hechting die de specialist tijdens de behandeling inbrengt. Om de meniscus de eerste tijd te beschermen dient u onbelast met krukken te mobiliseren. De fysiotherapeut zal u hier verder over inlichten na de ingreep.

Icepickbehandeling van het kraakbeen:

Tijdens de ingreep wordt een beschadiging van het kraakbeen geconstateerd die tot op het bot gaat. De specialist kan dit behandelen door het bot aan te prikken met een "icepick"; dit is een scherpe priem waar men gaatjes en dus bloedingen in het bot maakt. Dit moet een "laagje" over het bot opleveren ter bescherming. Deze structuur is niet direct belastbaar en u dient dus onbelast met krukken te mobiliseren. De fysiotherapeut zal u hier verder over inlichten na de ingreep.

De ingreep vindt plaats in dagbehandeling. Dit betekent dat u enkele uren na de ingreep weer naar huis kunt. In enkele gevallen blijft u op advies van uw behandelend specialist een nacht ter observatie in het ziekenhuis.

Leefregels na een arthroscopie van de knie

Samenvatting

Voorlichtingsprogramma arthroscopie

In sommige ziekenhuizen kunt u voorafgaand aan de knie-kijkoperatie een voorlichtingsprogramma bijwonen. Informeer hiernaar bij uw chirurg.

Tijdens dit programma komen de volgende zaken aan bod:

Het lopen met krukken

Na de operatie zult u merken dat het gewricht gezwollen is. Dit komt enerzijds omdat tijdens de operatie de knie gespoeld wordt, anderzijds kan het kapsel van het gewricht wat vocht afscheiden omdat het enigszins geïrriteerd is. Om nu de knie te ontlasten is het aan te raden een aantal dagen met krukken te lopen waarbij het gewricht gedeeltelijk wordt belast.

Na een aantal dagen, als het gewricht niet meer dik wordt, kunt u het lopen met krukken afbouwen. Als eerste doet u dit binnenshuis en als dit goed gaat later buitenshuis.

Het lopen met krukken gaat als volgt:

P.S: Tijdens het lopen met krukken wordt aangeraden om geen auto te besturen. In de eerste plaats heeft u weinig kracht in het been en indien er een ongeluk plaats zou vinden, kunt u problemen krijgen met de verzekering.

Trainingsopbouw na de arthroscopie van de knie

Algemeen

Het trainingsschema de eerste week na de arthroscopie

De dag na de arthroscopie kunt u al starten met een paar oefeningen die het herstel van uw knie zullen bevorderen. Hieronder worden deze oefeningen beschreven.

Oefening 1 (spierversterkende oefening)
Zitten met gestrekte benen (op de grond). De spieren aan de voorzijde van het bovenbeen (geopereerde been) goed aanspannen (de knieschijf "optrekken"). Dan het been gestrekt enkele centimeters van de grond tillen en vijf tot tien seconden vasthouden. Daarna het been rustig terugleggen, vijf seconden rusten en weer opnieuw aanspannen, heffen en vasthouden, enzovoorts. Drie series van tien herhalingen, eventueel opvoeren naar vijf tot zeven series van tien herhalingen. Als het goed gaat, kunt u de oefening verzwaren door ter hoogte van de enkel een gewicht van een kilo te bevestigen.

Oefening 2 (spierversterkende oefening)
Liggen op de buik met een gewicht van één tot twee kilo aan het onderbeen of enkel bevestigd (bij voorbeeld een natte handdoek of een zakje zand). Het geopereerde been licht buigen (de voet komt van de grond, maar de knie niet) en dit vijf tot tien seconden vasthouden. Daarna het been rustig terugleggen, vijf seconden rusten en weer opnieuw buigen, vasthouden en terug. Drie series van tien herhalingen.

Oefening 3 (bewegelijkheidoefening)
Liggen op de rug met gestrekte benen. Het aangedane been optrekken door de voet langs de grond zoveel mogelijk naar het zitvlak te brengen. Doe dit zover als de pijn het toelaat. Als de knie wat gezwollen is, zult u merken dat deze oefening moeizamer gaat. Niet forceren! Drie series van tien herhalingen. Als de zwelling afneemt zult u merken dat de beweeglijkheid zal toenemen.

Vervolg oefenschema en trainingsschema

De tweede week na de arthroscopie kunt u uw oefenschema uitbreiden met de volgende oefeningen.

Oefening 4 (spierversterkende oefening, stap op oefening)
Voor de trap gaan staan met het geopereerde been op de eerste trede (in een later stadium eventueel de tweede trede). Strekken van het geopereerde been dat op de trap staat, waarbij u zo min mogelijk moet afzetten met het andere been. Daarna weer terug. Het geopereerde been blijft dus steeds op de trede staan. Drie series van tien tot vijftien herhalingen op- en afstappen.

Oefening 5 (stabiliteitoefening)
Sta alleen op het geopereerde been, met een lichte buiging in de knie. Probeer zo goed mogelijk de balans te bewaren. Als dit eenmaal goed gaat, kunt u met het andere been zwaaioefeningen in diverse richtingen maken of kunt u staand op een been een bal werpen en vangen.

Oefening 6 (spierversterkende oefening)
Op twee voeten staan die schouderbreed uit elkaar staan; door de knieën zakken, waarbij u een hoek maakt van maximaal 60° in de knie; houdt u rug gestrekt en beweeg uw bekken naar achteren (alsof je gaat zitten). Probeer de druk zoveel mogelijk op de hakken te houden. Maak vier series van 15-20 kniebuigingen.

Oefening 7 (spierversterkende oefening)
Met beide voorvoeten op de eerste traptrede staan waarbij de hakken nog los zijn. U kunt het evenwicht bewaren door de trapleuning vast te houden. Ga op u tenen staan en vervolgens doorzakken tot voorbij de traptrede. Maak vier series van 15 tenenstand.

N.B. De oefeningen één tot en met vijf dient u zoveel mogelijk drie maal per dag uit te voeren. U bereikt dan een beter en sneller resultaat.

Hardlopen

Met hardlopen mag pas worden begonnen na advies van de arts of fysiotherapeut.

Springen

Tijdens hardloopfase 1:Kleine sprongetjes op de plaats en links, rechts, voor en achter. Eerst tweebenig, dan pas op één been.

Tijdens hardloopfase 2 en 3: Geleidelijk steeds hogere en verdere sprongen. Ook weer eerst tweebenig, dan pas op één been.

Voor balsporten: trainen met de bal

Tijdens hardloopfase 2: Eenvoudige en rustig uitgevoerde baltechnische oefeningen, die de knie slechts licht belasten (oefeningen op de plaats en vanuit een lichte beweging).

Tijdens hardloopfase 3: Eerst de loopvormen uit deze fase zonder bal, daarna pas met de bal. Opvoeren van de baltechnische vaardigheden (sneller en harder).

Hervatten van de training op het oude niveau

(bij teamsporten dus nu pas volledig met de groep trainen).

Er moet in ieder geval aan de volgende eisen voldaan zijn:

voetbal voluit sprinten
  voluit starten
  stoppen en draaien
  voluit passen en trappen
volleybal op maximaal tempo naar links, rechts, voor, achter en terug kunnen bewegen
  springen, zowel met één als met twee benen afzetten
  smashen en blokkeren

Hervatten van wedstrijden

Pas als enige trainingen op het oude niveau naar tevredenheid zijn uitgevoerd kunt u weer deelnemen aan wedstrijden.

Preventietips

Wat te doen bij vragen of problemen

Deze brochure is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie. Hierdoor is het mogelijk om alles nog eens rustig door te lezen.Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Algemene Chirurgie van uw ziekenhuis.

Bron

Bij het opstellen van deze brochure werd gebruik gemaakt van tekst uit de patientenfolder zoals opgesteld onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, uitgebreid met meerdere illustraties en tekst, en aangepast aan de werkwijze van de Maatschap Algemene Chirurgie van het Sint AnnaZiekenhuis te Geldrop.

Datum laatste wijziging: 27-02-2007.

Terug naar boven