Goed reanimeren redt levens.
Weet u wat u moet doen indien iemand op straat / op het werk plotseling een hartsilstand krijgt?
Inleiding
We maken het allemaal een keer mee in ons dagelijks leven: plotseling zakt iemand in elkaar op straat, thuis of op het werk en iedereen raakt in paniek omdat eigenlijk weinigen weten hoe je door adequaat optreden levens kunt redden en schade kunt voorkomen. We hebben allemaal wel eens van "mond-op-mond beademing" en" hartmassage" gehoord.
Weet u wat u moet doen in zo'n situatie?
Deze pagina geeft u de juiste informatie over alles wat u wilt weten over hoe te handelen indien u iemand aantreft die dreigt te overlijden door een acute hartstilstand. Als u deze pagina leest bent u beter voorbereid en kunt u wellicht het leven van iemand redden.
Reanimeren
Reanimeren, hartstilstand, circulatiestilstand, hartinfarct; verschillende termen die door elkaar heen worden gebruikt. Maar wat betekent dat eigenlijk allemaal? Hieronder worden de begrippen in begrijpelijke taal uitgelegd.
Normale situatie
Ons hart klopt doordat aan de bovenkant, in de rechter boezem (rechter atrium), een elektrisch stroompje wordt gegenereerd door een groepje gespecialiseerde cellen (sinusknoop). Dit stroompje verplaatst zich over de boezems (Atria) en zorgt ervoor dat de boezems samentrekken. Het bloed wordt in de kamer (ventrikel) gepompt. Na een korte pauze zorgt hetzelfde stroompje ervoor dat de kamers (ventrikels) samentrekken. Het bloed wordt in het lichaam gepompt (circulatie).
Als het mis gaat
Het kan voorkomen dat het hart door een bepaalde oorzaak stopt met pompen: bv. oververhitting, onderkoeling, drugs, overdosering medicijnen of een elektrische schok.
De meest voorkomende oorzaak van een plotse hartstilstand is een acuut hartinfarct. Een hartinfarct ontstaat door een afsluiting in een kransslagader of vertakking daarvan waardoor het achterliggende gedeelte van de hartspier geen bloed met zuurstof krijgt aangevoerd. De hartspier verzuurd en kan indien de afsluiting niet heel snel wordt verholpen zelfs afsterven (infarct). Indien een klein gedeelte van het hart is afgestorven kan men hier vaak mee verder leven indien de pompkracht van het hart niet al te erg is aangetast. Indien dit hartinfarct echter ontstaat op een vitale plaats waardoor er een kortsluiting in het electrisch circuit van de hartspier optreedt kan zo’n klein infarct toch resulteren in een dodelijke situatie indien niet wordt ingegrepen.
Hierbij kan het hart op 2 manieren reageren:
- De normaal regelmatige hartslag verandert in een chaos-ritme. Door zeer snelle kleine samentrekkingen van het hart wordt effectief geen bloed rondgepompt (geen output). (ventrikel fibrilleren of ventriculaire tachycardie zonder output) (~80%)(ventrikel fibrilleren of ventriculaire tachycardie zonder output) (~80%)
- Het hart stopt helemaal met kloppen. (a-systolie) (~20%)
Het resultaat van beide situaties is het feit dat ergeen bloed meer wordt rondgepompt; men spreekt dan van een circulatiestilstand. Het meest opvallende kenmerk van een circulatiestilstand is dat het slachtoffer direct bewusteloos raakt en stopt met ademen. In dit soort situaties moet er gereanimeerd worden. Reanimeren bestaat uit een combinatie van hartmassage en mond-op-mond beademing.
Aangezien het bloed altijd nog een reserve hoeveelheid zuurstof bevat is het kunstmatig rondpompen door uitwendige hartmassage met uw op handen op de borst van de patient in eerste instantie belangrijker dan de mond op mondbeademing. Wellicht dat in de eerste fase de beademing van iets minder belang is. De ERC (European Rescuscitation Council) en de Nederlandse Reanimatie Raad hebben hun richtlijnen hieromtrent echter (nog) niet aangepast. Dit in tegenstelling tot de Amerikaanse AHA (American Heart Association)).
Reanimatie richtlijnen
- Waarborg eigen veiligheid: zorg bijv. dat langsrijdend verkeer afstand houdt. laat zo mogelijk iemand het verkeer regelen
- Controleer bewustzijn van het slachtoffer
- Roep om hulp
- Maak de ademweg vrij met uw vingers: verwijder een eventueel aanwezig kunstgebit, graspollen etc
- Controleer 10 seconden de ademhaling van het slachtoffer d.m.v. kijken – voelen – luisteren
- Alarmeer hulpverleners
- Voer eerst 30 borstcompressies uit
- Beadem het slachtoffer 2 maal door middel van mond-op-mond beademing
- Blijf hiermee doorgaan in een verhouding 30:2
Stop alleen indien:
- Professionele hulpverleners zeggen dat je mag stoppen
- Het slachtoffer begint te ademen
- Je uitgeput bent
Wissel als je met meerdere hulpverleners bent om de twee minuten. Ga niet samen reanimeren!
Defibrilleren
Defibrilleren is het toedienen van een elektrische schok waardoor alle hartcellen worden stilgelegd met als doel dat het normale hartritme het weer overneemt.
Wanneer moet er gedefibrilleerd worden?
Als het hart in een chaos ritme zonder pompfunctie (ventrikel fibrilleren of ventriculaire tachycardie zonder output) is gekomen, zijn één of meerdere cellen in de kamer (ventrikel) op eigen initiatief elektrische stroompjes aan het afgeven waardoor het hart steeds wil samentrekken. Hierdoor ontstaan hele snelle niet functionele minicontracties in de hartkamer (ventrikel). Ondanks dat het hart zéér snel klopt, pompt het geen bloed rond waardoor er sprake is van een circulatiestilstand. Het groepje gespecialiseerde cellen (sinusknoop)in de rechter boezem (rechter atrium) geeft nog wel gewoon schokjes of maar die verdwijnen in de ontstane chaos.
Door het geven van een elektrische schok probeer je ervoor te zorgen dat alle cellen die dat niet moeten doen stoppen met het genereren van stroompjes, om vervolgens het functionele stroompje vanuit het groepje gespecialiseerde cellen (sinus knoop) zijn werk weer te laten doen.
Wanneer kan er niet gedefibrilleerd worden?
Als het hart helemaal is gestopt met kloppen (a-systolie) genereert het groepje gespecialiseerde cellen (sinusknoop) geen elektrisch stroompje en zullen de boezems (atria) en kamers (ventrikels) helemaal niet samentrekken. Het geven van een schok heeft geen invloed op het opnieuw ontstaan van zo’n stroompje. Hiervoor is medicatie nodig. Soms moet deze met een lange naald rechtstreeks in het hart worden geprikt met als doel dat de sinusknoopcellen hun functie herstarten.
Wat doet een automatische externe defibrillator?
Tot voor kort was het defibrilleren voorbehouden aan professionals. Men moest immers op een hartfilmje (elektrocardiogram ECG) kunnen herkennen welk soort hartritme het slachtoffer heeft ontwikkeld om onnodige defibrillatie te voorkomen. Dankzij de komst van de automatische externe defibrillator hoeven we echter niet meer te wachten op de aankomst van de ambulance.
De elektroden van de automatische externe defibrillator (AED) wordt door de lekenhulpverlener opgeplakt (een boven de rechter borst, de andere onder de linker schouder). De AED berekent zelf welk ritme het slachtoffer heeft. Alléén als hij de hierboven beschreven chaosritme (ventrikel fibrilleren) ontdekt zal het toestel opladen om een elektrische schok toe te dienen (afhankelijk van het model gebeurd dit automatisch of d.m.v. een drukknop).
Als de AED een ander ritme dan chaosritme (ventrikel fibrilleren) onderkent zal het mededelen dat geen schok noodzakelijk is. Je hebt dan te maken met een hart dat helemaal geen stroompjes genereert (asystolie). Het toestel laadt niet op en het is daarom absoluut niet mogelijk om een schok toe te dienen.
Als je een AED bij een gezond iemand opplakt zul je daarom ook te horen krijgen “schok toedienen niet noodzakelijk”.
Wie mag een defibrillator gebuiken?
Iedereen! In Nederland mag iedereen de AED bedienen. Dit is door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in april 2002 geregeld. Het is dus niet verplicht om een cursus te volgen. Het is echter wel zo dat je voor een optimaler gebruik van een AED een cursus kunt volgen.
Daarnaast is het noodzakelijk dat je naast het aansluiten van de AED ook aansluitend echt reanimeert. Zonder reanimatie werkt een AED nog steeds maar is de kans op een succesvolle afloop kleiner. De Nederlandse gezondheidsraad heeft daarom dan ook ten stelligste aangeraden om een cursus te volgen voor het gebruik van de AED.
Iemand die nog nooit met een AED heeft geoefend wordt echter door het apparaat geïnstrueerd zodat u niet hoeft te wachten en de eerste schok kunt toegedienen welke reeds levensreddend kan zijn.
Reanimatie richtlijnen met AED
Waarborg eigen veiligheid
Controleer bewustzijn van het slachtoffer- Roep om hulp
Maak de ademweg vrij- Controleer 10 seconden de ademhaling van het slachtoffer d.m.v. kijken – voelen – luisteren
Alarmeer hulpverleners, zorg dat een AED wordt gehaald
Voer 30 borstcompressies uit
Beadem het slachtoffer 2 maal- Blijf hiermee doorgaan in een verhouding 30:2
Als de AED is gearriveerd en degene die hem heeft gebracht weet wat hij moet doen, ga je door met reanimeren. Zo niet, neem dan de AED over en stop even met reanimeren (foto 6)- Maak de borst van het slachtoffer vrij: verwijder de kleding en sierraden (ketting)
Haal de elektroden uit de verpakking
Plaats de plakelektroden zoals aangegeven op het plaatje- Druk de plakelektroden stevig aan op de borstkas van het slachtoffer
- Zet het toestel aan: de AED gaat direct over tot analyse
Maak een zwaaibeweging over het slachtoffer zodat deze niet wordt aangeraakt tijdens de analyse
Als er geen schok moet worden toegediend ga je door met reanimeren- Druk, indien nodig, op de schoktoets na wederom een zwaaiende beweging over het slachtoffer
- Ga door met het geven van borstcompressies en beademingen
Elke twee minuten analyseert het apparaat opnieuw het hartritme. Gebruik deze tijd ook om te wisselen van hulpverlener als je met meerdere personen bent.
Datum laatste wijziging: 11-07-2008.
Surgipoort dankt de heer R. van Kempen voor het ter beschikking stellen van foto's en de medewerking aan het opstellen van de tekst van deze pagina. Er zijn vele soorten AED in de omloop. Surgipoort heeft geen belangen in het bedrijf dat bovenstaande AED aanbiedt. Voor aanvullende informatie over de AED zoals getoond op deze pagina kunt u doorklikken naar de website: www.reanimeren.eu.