Chirurgische behandeling van Endeldarmkanker
(rectumcarcinoom)
(het is raadzaam om vooraf de folder "kanker dikke darm" te lezen voor algemene informatie)
Waar zit de endeldarm
Het laatste stuk van de dikkedarm (ongeveer 15 cm vanaf de anusopening) is de endeldarm of wel rectum (E). Dit gedeelte is groter qua inhoud en wordt gevuld met ontlasting vanuit het bovenliggende S-vormige deel (sigmoid). Door vulling worden waargenomen als aandrang om ontlasting te produceren (defaecatie) via druksensoren in de wand van het rectum. Indien men de ontlasting daarentegen ophoudt wordt deze terug in het sigmoid gestuwd. In normale omstandigheden bevat het rectum dus weinig tot geen ontlasting behalve vlak voor de defaecatie.
Hoe ontstaat endeldarmkanker?
De precieze oorzaak waarom iemand rectumcarcinoom krijgt is onbekend. Aangezien deze aandoening in de Westerse landen veelvuldiger voorkomt, vermoedt men dat omgevingsfactoren (voeding?) mogelijks een rol zouden kunnen spelen. Erfelijke factoren kunnen bij sommigen ook een rol spelen. Feit is dat de aandoening ontstaat vanuit een goedaardig slijmvliesgezwel (poliep / adenoom). Naarmate een poliep groter wordt neemt de kans op een kwaadaardige ontaarding toe. Kleine poliepen zijn meestal goedaardig en gemakkelijk endoscopisch te verwijderen tijdens een diagnostisch inwendig kijkonderzoek met een endoscoop (" zie voorbeeld in folder operatie dikke darm")
Wat voor klachten kan men hiervan ondervinden?
Van een kleine poliep, merk je niets. Naarmate deze groter wordt kan een toename van slijmproductie aanleiding zijn tot een slijmerige bijmenging in de ontlasting. Met name op het moment dat deze groter wordt en kwaadaardig ontaardt kan het slijmvlies gemakkelijk door de passerende ontlasting worden afgeschuurd wat gepaard gaat met enig bloedverlies.
Bloedbijmenging in de ontlasting is een verschijnsel waarvoor in alle gevallen een arts moet worden geconsulteerd. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt met het bekende nadruppelen van bloed na de defaecatie (stoelgang) waarbij bloed op de ontlasting of op het toiletpapier zit. Dit laatste is meestal het gevolg van aambeien. Beide aandoening kunnen tegelijkertijd voorkomen. Voordat de klachten kunnen worden geweten aan aambeien dient een inwendig onderzoek door de arts plaats te vinden.
Druksensoren in het rectum kunnen een valselijk gevoel van aandrang tot defaecatie geven door de grootte van de poliep (tenesmi). De ontlastingsfrekwentie kan toenemen, het volume van de ontlasting wordt dunner (potloodontlasting). Pijnklachten in het zitvlak kunnen een aanduiding zijn van een verder gevorded stadium van de aandoening. Algemene symptomen kunnen zijn: algeheel onwel bevinden, gewichtsafname, vage onderbuiksklachten.
Wat voor onderzoeken kunnen er worden gedaan?
Zoals u ook in de folder operatie dikke darm heeft kunnen lezen worden in geval van een vermoeden van endeldarmkanker naast het opnemen van uw klachtenpatroon (anamnese) en lichamelijk onderzoek (inclusief digitaal inwendig onderzoek (rectaal toucher) de navolgende onderzoeken uitgevoerd:
- Sigmoidoscopie inclusief weefselbiopt
- CT-scan van het bekken
Ter uitsluiting van uitzaaiingen elders worden onderstaande onderzoeken verricht:
- Echo van de lever
- CT-scan van de buik (inclusief lever)
- Longfoto (X-thorax)
Behandeling
Primair operabel rectumcarcinoom (vroegtijdig stadium):
Indien er geen sprake is van uitzaaiingen elders en er tevens geen sprake is van plaatselijk ver voortgeschreden ziekte (zie onder) ziet de behandeling er als volgt uit:
Korte voorbestraling: (5 dagen) waarna een operatie in de week aansluitend aan de laatste bestraling: Middels een groot onderzoek uitgevoerd in vele Nederlands ziekenhuizen is komen vast te staan dat voorbestraling de kans op latere terugkomst fors reduceert. De bestraling vindt poliklinisch plaats in het Radiotherapie-instituut bij u in de regio (bijvoorbeeld in Noord Brabantlocatie: Verbeeten Instituut Tilburg of Radiotherapie afdeling van het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven).U ondervindt hiervan geen of nauwelijks bijwerkingen. (ga via "patienten en bezoekers" / "specialismen" / eigen website "radiotherapie")
Operatie: Indien de tumor dichter dan 3 cm van de anus opening is gelegen kan er helaas meestal geen nieuwe verbinding (anastomose) met de anus worden gemaakt aangezien het gezwel ruim moet worden weggesneden en er dus onvoldoende endeldarm overblijft om nog een adequate / oncologisch verantwoorde verbinding te maken. In dit geval moet de endeldarm inclusief anus worden verwijderd en wordt een definitief stoma aangelegd op de dikke darm in de linker onderbuik op een vooraf door de stomaverpleegkundige aangegeven plaats.
Indien de tumor hoger ligt kan meestal nog wel een lage anastomose worden gemaakt. Omdat de bloedsvoorziening in dit gebied marginaal kan zijn wordt meestal een tijdelijk ontlastend dubbelloops stoma aangelegd. Wij hebben een lichte voorkeur voor een stoma op het laatste stuk van de dunne darm (ileostoma) wat wordt aangelegd in de rechter onderbuik. Een stoma op het dwarse deel van de dikke darm is ook mogelijk (rechter bovenbuik). De keuze hiertussen is afhankelijk van de voorkeur van uw behandelend chirurg. Het terugplaatsen van een stoma gebeurt afhankelijk van een voorspoedig herstel tijdens een nieuwe opname in overleg met u en meestal na 2 à 3 maanden.
Lokaal voortgeschreden rectumcarcinoom (laattijdig stadium):
In sommige gevallen is de kwaadaardige tumor reeds fors door de wand van het rectum gegroeid. Hierbij kan ze doorgroeien tot aan omliggende organen / structuren (bv. bekkenbodemspieren, prostaat, vagina, bekken etc.). Aangezien bij het verwijderen van de tumor er geen resten mogen worden achtergelaten en tevens de kans op terugkomst ook fors is verhoogd indien de tumor te krap is verwijderd, wordt u in onze regio dit geval langdurig voorbehandeld.
U wordt in dit geval behandeld door een team van medisch specialisten welke onderling nauw samenwerken. Het team bestaat uit oncologisch chirurgen, internist-oncologen en radiotherapeuten.
De uitgebreide voorbehandeling bestaat uit een combinatie van 5 weken dagelijkse bestraling (poliklinisch) waarbij dit gedurende de 1e en 5e week wordt gecombineerd met chemotherapie (5-fluorouracil). De bestraling vindt poliklinisch plaats in het Radiotherapie-instituut . De chemotherapie wordt gegeven tijdens week 1 en week 5 door een internist-oncoloog direct voorafgaand aan de bestraling. De chemotherapie dient ervoor om het tumorweefsel "gevoeliger" te maken voor de bestraling.
Bijwerkingen van de chemotherapie kunnen oa zijn: misselijkheid, braken, grieperig gevoel, verhoogde vatbaarheid voor infecties. Deze bijwerkingen kunnen over het algemeen goed worden bestreden met medicijnen. De chemotherapie wordt gegeven tijdens een korte opname op de Oncologie-afdeling (soms dagbehandeling).
Uit eigen ervaring weten we dat de tumor enorm in volume kan slinken waardoor deze veel adequater kan worden verwijderd en derhalve de kans op terugkomst beduidend wordt verminderd.
Na de voorbehandeling volgt een periode van 5 a 6 weken "rust" waarbij het omliggende weefsel de gelegenheid heeft zich te "herstellen" en anderzijds de tumor nog verder kan slinken. Dit laatste kunt u soms reeds merken doordat de ontlasting makkelijker passeert.
De operatie vindt plaats in een speciale operatiekamer alwaar tijdens de operatie de mogelijkheid bestaat om u aanvullend te bestralen terwijl u onder narcose bent. (Intra-operatieve radiotherapie; IORT). U merkt niets van deze bestraling tijdens de operatie. De IORT heeft als doel om eventuele gebieden alwaar het vermoeden kan bestaan met verhoogd risico op terugkomst extra te behandelen. Op deze wijze lopen de omliggende structuren geen extra schade op omdat de Röntgenbuis in de open buikholte kan worden geplaatst met het opzijhouden en beschermen omliggende organen. (mn. de dunne darm)
De uitslag is meestal binnen 1 week bekend en wordt u medegedeeld in een hiervoor speciaal gearrangeerd gesprek met u en uw familie.
Meestal is nabehandeling niet nodig. Echter indien het weefselonderzoek uitzaaiingen in de reeds verwijderde lymfeklieren werden aangetroffen kan het eventueel zijn dat u een aanvullende behandeling met chemotherapie wordt geadviseerd.
De controle vindt plaats op het chirurgische spreekuur alsook bij de intenist-oncoloog.
Tevens uitzaaiingen elders:
Indien er naast het rectumcarcinoom ook reeds uitzaaiingen elders worden vastgesteld is de behandeling sterk afhankelijk van:
- de mate van klachten die u ondervindt (bemoeilijkte stoelgang, pijnklachten)
- de plaat(sen) (alsmede de grootte en aantal) waar zich uitzaaiingen bevinden
- uw algehele conditie op dat moment
- uw wensen met betrekking tot verdere behandeling
Voor eenieder wordt een speciaal behandelplan gemaakt na overleg tussen uw oncologisch chirurg, de radiotherapeut en de internist-oncoloog. Deze behandeling kan een uiteenlopende mix van radiotherapie, chemotherapie en eventuele operatie inhouden. Helaas is er in de meeste gevallen geen mogelijkheid om u van deze uitgezaaide aandoening definitief te genezen.
Recidief rectumcarcinoom (locale terugkomst na eerdere verwijdering)
Na een periode zonder klachten en zonder aanwijzingen voor terugkomst (recidief) van het eerder verwijderde rectumcarcinoom kan het soms helaas toch zo zijn dat de ziekte op de geopereerde plaats, i.e. in het bekken, terugkomt.
Voordat een eventuele operatie wordt overwogen worden eerst diverse onderzoeken verricht om te kijken of er zich elders in uw lichaam niet reeds uitzaaiingen hebben voorgedaan. Hiervoor wordt een wisselende combinatie van de hieronder vermelde onderzoeken verricht op indicatie:
- Echo lever (meestal als eerste onderzoek)
- CT scan van longen, lever en gehele buik/bekken
- botscan
- coloscopie (inwendig kijkonderzoek van de dikkedarm)
- PET scan
De behandeling zal sterk afhangen van de uitslagen van de onderzoeken zoals boven vermeld en kan voor ieder weer anders uitvallen. In principe zal een uiterste poging worden gedaan om u opnieuw van de ziekte te verlossen.
Bron
Bij het opstellen van deze brochure werd gebruik gemaakt van tekst uit de patientenfolder zoals opgesteld onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, uitgebreid met meerdere illustraties en tekst, en aangepast aan de werkwijze binnen de IKZ-regio (regio Oost-Brabant) en het Radiotherapie Instituut te Eindhoven
Datum laatste wijziging: 27-02-2007.