Slokdarmkanker

Slokdarmkanker (oesofaguscarcinoom) en kanker ter hoogte van de overgang slokdarm/maag (cardiacarcinoom)

Inleiding

Deze folder geeft u algemene informatie over de chirurgische behandeling van een kwaadaardige tumor in de onderste helft van de slokdarm en de overgang naar de maag. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. De behandeling kan in uw geval afwijken van de informatie in deze brochure.

De plaats en functie van de slokdarm

De slokdarm (oesophagus) is een gespierde buis van ongeveer 25-30 cm lang die de mond-keelholte verbindt met de maag. Het grootste deel ligt achterin de borstholte tegen de wervelkolom.

In de borstholte tussen beide longen bevinden zich naast de slokdarm andere belangrijke organen zoals de luchtpijp met zijn vertakkingen naar beide longen, het hart en de grote bloedvaten.

De slokdarm dient voor het transport van voedsel van de mond naar de maag en werkt zelfs tegen de zwaartekracht in.

Slokdarmkanker: incidentie en verschillende soorten

In Nederland wordt per jaar bij meer dan 1500 mensen slokdarmkanker vastgesteld: Slokdarmkanker komt vaker voor bij mannen (10 per 100.000) dan bij vrouwen (3 per 100.000)(bron: EUCAN 2003).

In deze folder wordt met de algemene term ďslokdarmĒ-kanker de volgende 3 meest voorkomende typen bedoeld:

Deze laatste soort is eigenlijk een soort maagkanker. Omdat de behandeling in dit bijzondere geval vergelijkbaar is met slokdarmkanker wordt deze ook hier besproken.

Risicofactoren

Onderstaande risicofactoren geven een verhoogde kans op het ontstaan van slokdarmkanker:

Hoe stellen we de diagnose

Slokdarmkanker begint klein in het slijmvlies dat de binnenkant van de slokdarm bekleedt. Vroegtijdige vormen worden meestal bij toeval ontdekt tijdens een inwendig kijkonderzoek. De tumor groeit zowel naar binnen toe als door de wand heen (door de spierlaag en bindweefsellaag) naar omliggende weefsels en organen. Uitzaaiingen kunnen zowel via de lymfestroom als via het bloed plaatsvinden. Bij het naar binnen toe groeien wordt de slokdarm steeds verder afgesloten en kan voedsel steeds moeilijker passeren naar de maag. De tumor kan zich via de wand van de slokdarm naar boven en naar beneden uitbreiden.

Klachtenpatroon

De klachten die bij een slokdarmkanker kunnen optreden zijn:

De klachten bestaan meestal pas kort (enkele weken) en nemen vrij snel toe in ernst. In sommige situaties kan een patiŽnt vrijwel niets meer eten of drinken.

Aanvullend onderzoek

Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het bevoelen van de buik, onderzoekt de arts ook de hals om vast te stellen of de lymfeklieren hier vergroot zijn

Inwendig kijkonderzoek (Gastroscopie): met een flexibele kijkslang wordt de gehele slokdarm en maag van binnen bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek.

Inwendig Echo-onderzoek (Endo-echografie): met een flexibele slang in de slokdarm met ingebouwd Echo-apparaat kan de uitgebreidheid van de tumor worden onderzocht. Tevens kunnen de omringende lymfklieren worden bekeken. Bij verdenking op een uitzaaiing in een lymfeklier kunnen via deze slang cellen worden opgezogen voor onderzoek.

Inwendig kijkonderzoek (Bronchoscopie): bij hoger gelegen tumoren met verdenking op doorgroei naar de luchtpijp kan met behulp van een flexibele kijkslang de luchtpijp van binnen bekeken worden en weefselmonsters (biopten) worden genomen voor onderzoek.

Echografie van de buik en de hals (evt punctie): een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven. Dit is nuttig om een indruk van de lever en eventuele uitzaaiingen te krijgen. Ter hoogte van de hals worden de lymfeklieren onderzocht. Bij een verdenking op een uitzaaiing wordt een gerichte punctie verricht waarbij cellen worden opgezogen voor onderzoek.

Slikfoto: na het opdrinken van een bekertje met contrastvloeistof kan een foto van de slokdarm worden gemaakt. Een eventuele tumor kan zichtbaar worden gemaakt door een afwijkende vorm van de wand van de slokdarm.

CT-scan van de borst- en buikholte: (in combinatie met contrastvloeistof via een infuus) met behulp van een computer worden rŲntgenopnames bewerkt tot een speciaal beeld. De plaatjes die ontstaan zijn dwarsdoorsneden van het menselijk lichaam. Door deze plaatjes verder te bewerken met de computer kunnen ook drie-dimensionale beelden worden gemaakt waardoor een goed ruimtelijk inzicht wordt verkregen.

MRI: hier worden met de computer foto's gemaakt met behulp van electromagnetische golven: er kan op verschillende manieren een doorsnede door het menselijk lichaam worden gemaakt.

PET-scan: met dit radioactief onderzoek kunnen eveneens afbeeldingen worden gemaakt van het menselijk lichaam.

Behandeling

Op grond van de resultaten van deze onderzoeken kunnen artsen vaststellen hoe ver de ziekte reeds is gevorderd (het stadium) en wat voor u de beste behandeling is.

Plaatselijk weghalen van de slijmvlieslaag

In uitzonderingsgevallen wordt de slokdarmkanker reeds ontdekt tijdens een gastroscopie die werd aangevraagd om andere redenen, bv. aanhoudend zuurbranden, controle van een Barrett-slokdarm (zie boven).

Indien de tumor beperkt is tot ALLEEN de slijmvlieslaag kan het slijmvlies met de tumor plaatselijk worden verwijderd (zgn. Endoscopische Mucosa Resectie kortweg EMR). Het slijmvlies wordt met een injectienaald aangeprikt (ingebracht via een dun werkkanaaltje in de gastroscoop). Door het inspuiten vaneen vloeistof wordt het van de spierlaag eronder losgemaakt, omhoog gezogen en afgesneden met een kleine elektrische lasso. (zie bijgaande fotoís). Er ontstaat hierbij een wondje (kratertje) waarbij je op de onderliggende spierlaag kijkt (NB. Er bestaat een kleine kans op het ontstaan van een gat in de slokdarm.

Op onderstaande fotoís genomen tijdens een inwendig kijkonderzoek in de slokdarm ziet u in de diepte de overgang cq. opening naar de maag (blauwe pijl). Binnen de zwarte cirkels een zeer kleine tumor die is weggehaald middels EMR. De 2e foto toont het kleine wondje (restkrater) (Ī 1 a 2 cm diameter) en vervolgens het resultaat na genezing (3e foto).

(Bron: Integrated Medical and Surgical Gastroenterology 2004 Bohn Stafleu Van Loghum; met permissie van auteur Prof. Dr. J.J.B. van Lanschot)

Het slijmvlies met de tumor wordt onderzocht. Indien er daadwerkelijk sprake is van een beperking van de groei tot de slijmvlies laag kan besloten worden om het hier bij te laten. De kans op lymfeklieruitzaaiingen is in dit geval minder dan 5%. De wond vult zich zeer weer met slijmvlies en littekenweefsel. Uiteraard moet de plaats frequent worden gecontroleerd middels een gastroscopie met afname van weefselbiopten. Indien er echter sprake is van een kwaadaardige tumor die door de dunne slijmvlieslaag heen groeit neemt de kans op lymfeklieruitzaaiingen snel toe tot 30 Ė 40%. In dit geval kan meestal niet worden volstaan met deze beperkte ingreep en zal een buismaagoperatie (zie onder) moeten plaatsvinden.

Fotodynamische therapie

Dit is vergelijkbaar met bovenstaande therapie, echter hierbij wordt het weefsel behandeld met lasertherapie. Het kan soms worden gebruikt in combinatie met EMR.

Operatie

Een operatie voor slokdarmkanker is een hele zware ingreep. De conditie van de patient moet daarvoor zo goed mogelijk worden verbeterd. PatiŽnten die voor de operatie enige tijd niet kunnen eten krijgen kunstmatige voeding toegediend via een slangetje in de maag of dunne darm.

Wanneer is een operatie mogelijk?

Een operatie kan worden uitgevoerd wanneer uit onderzoek is gebleken dat de tumor waarschijnlijk niet is ingegroeid in- of uitgezaaid naar andere organen. Dit is niet altijd duidelijk voor de operatie en het komt dus voor, dat de chirurg tijdens de operatie vaststelt dat de tumor niet geheel te verwijderen is of dat er uitzaaiingen zijn. Op dat moment kan worden besloten van opereren af te zien. Bij een ernstige passagestoornis (het voedsel wil niet zakken) kan besloten worden om een metalen stent (speciale buis) in de slokdarm te plaatsen om deze kunstmatig open te houden zodat voedsel kan passeren. Soms kan besloten worden om eerst een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie in de buikholte) te doen om te onderzoeken of er reeds uitzaaiingen zijn.

Voorbereiding / voorbehandeling radio-chemotherapie

Soms wordt voor (of na) een operatie een aanvullende (adjuvante) behandeling geadviseerd. Het gaat hier om een combinatie van een operatie met radiotherapie, chemotherapie of beiden. Deze behandelingen zijn niet standaard en vinden meestal plaats in het kader van (landelijk of internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Indien de tumor verder dan de slijmvlieslaag is gegroeid dan worden patiŽnten in sommige ziekenhuizen voorbehandeld met radiotherapie in combinatie met chemotherapie Ė maakt het tumorweefsel gevoeliger voor de bestraling Ė (zgn. pre-operatieve radiochemotherapie). Het doel van een voorbehandeling is de tumor te verkleinen en om mogelijke uitzaaiingen in de buurt van de tumor te vernietigen. Hierdoor bestaat mogelijks een grotere kans dat de tumor radicaal (in zijn geheel) kan worden verwijderd met een kleinere kans op terugkomst. In de medische literatuur zijn wisselende resultaten over dergelijke voorbehandelingen gerapporteerd. Nog steeds wordt gezocht naar het optimale behandelingsschema met weinig bijwerkingen en maximale activiteit.

Regionale samenwerking

Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de resultaten van operaties voor slokdarmkanker verbeteren indien er meer ervaring aanwezig is in het desbetreffende ziekenhuis. De prognose voor een patient lijkt namelijk sterk te verbeteren indien binnen een ziekenhuis een chirurgisch team meerdere ingrepen per jaar doet. Niet alleen ervaring van de chirurgen maar ook de ervaring van de rest van het behandelteam (inclusief verpleging) is hierbij van groot belang. In diverse kankerregistratieregioís binnen Nederland worden/zijn initiatieven ontwikkeld om de krachten en kennis te bundelen door de ingrepen te concentreren op enkele locaties. Uw oncologisch chirurg kan dan samen met een collega de operatie verrichten. Indien uw herstel voorspoedig is kunt u eventueel naar uw eigen ziekenhuis worden overgeplaatst voor verder herstel. Wij hopen hiermee de patiŽnt de best mogelijke zorg te kunnen leveren.

Met nadruk zij gesteld dat de voorbereidende onderzoeken in uw eigen ziekenhuis kunnen/moeten plaatsvinden. Enerzijds om te voorkomen dat de wachttijden in de centra oplopen en anderzijds omdat helaas niet iedereen voor een operatie in aanmerking kan komen (uitzaaiingen) waardoor verwijzing niet nodig/zinvol is. In ieder ziekenhuis hebben de Maag-Darm-lever artsen voldoende en ruime ervaring om tot een goede diagnose te komen. Voor enkele onderzoeken, bv. een Endoechografie in de slokdarm, kan het zijn dat u wordt verwezen.

De buismaagoperatie

De slokdarm en het bovenste gedeelte van de maag (binnenbocht) wordt met een deel van het omringende weefsel en de lymfeklieren verwijderd. Dit gebeurt via de buikholte maar soms wordt de borstkas ook geopend, met name als de tumor in de buurt van de luchtpijp ligt. De laatste tijd wordt ook ervaring opgedaan om de ingreep in de borstholte middels een kijkoperatie te verrichten zodat uw borstkas gesloten blijft. Er hoeven dan slechts enkele kleine sneetjes te worden gemaakt tussen de ribben (rugzijde onder schouderblad) zodat uw herstel vlotter verloopt. Op deze wijze kunnen de lymfeklieren onmiddellijk grenzend aan de slokdarmkanker onder zicht worden verwijderd wat mogelijkerwijs zou kunnen leiden tot een verbetering van de prognose. Samen met het begin van de maag wordt de slokdarm tot het halsdeel verwijderd. In de hals wordt er dus eveneens een opening gemaakt, meestal aan de linker zijde (soms rechts afhankelijk van de voorkeur van het chirurgisch team). Nadat de tumor en het grootste stuk slokdarm is verwijderd, moet het overgebleven deel van de slokdarm (het halsgedeelte) weer met de maag worden verbonden. Meestal wordt van de resterende maag een buis gemaakt, een buismaag, die in de hals aan de slokdarm wordt gehecht. Soms als dit niet mogelijk is wordt een nieuwe verbinding gemaakt met behulp van een stuk van de dikke darm (zgn. colon-interpositie). Dit kan bijvoorbeeld als een deel van de maag in het verleden is verwijderd.

Klik hier voor een beeldverslag van de operatie.

Na de operatie

Na een slokdarmoperatie verblijft de patiŽnt meestal 1-2 dagen op de intensive care om daarna naar de verpleegafdeling te gaan voor verder herstel. Direct na de operatie is de patiŽnt door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:

Al naar gelang uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd. Na 5 dagen kan een slikfoto worden gemaakt om de nieuwe aansluiting te beoordelen. In de loop van de dagen daarna gaat het drinken geleidelijk aan beter en gaat u via vloeibare voeding weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor. Na twee tot drie weken kunt u bij ongestoord beloop naar huis.

In de thuissituatie

Aangezien u niet meer de normale maaltijdhoeveelheden als vroeger kunt gebruiken moet u deze moet verdelen over meerdere aangepaste porties zoals meestal voor ontslag door de diŽtiste met u besproken is. Na het gebruik van een maaltijd kunt u zich soms wat misselijk of draaierig voelen. Er zijn geen echte beperkingen met betrekking tot normale lichamelijke activiteit.

Mogelijke complicaties.

Geen enkele operatie is zonder risicoís. Zo is er ook bij een operatie aan de slokdarm de normale kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding of wondinfectie. Daarnaast zijn er speciale complicaties. Deze zijn onder te verdelen in vroege en late complicaties.

Veel patiŽnten vragen zich af waarom bijna de gehele slokdarm moet worden verwijderd als de tumor zich vlak boven de maag bevind. Dit wordt gedaan omdat de verbinding tussen resterende slokdarm en buismaag (of andere darm) relatief vaak lekkage vertoond (0 Ė 20%). Indien deze lekkage in de borstkas plaats vind dan kan een levensbedreigende infectie optreden. Treedt zoín lekkage op in de hals dan lekt het slijm tijdelijk naar buiten, zonder dat de patient heel ziek wordt. Meestal geneest zoín lekkage binnen enkele weken spontaan.

Vroege complicaties zijn de genoemde lekkage van de verbinding tussen slokdarm en buismaag in de hals. Indien deze niet naar de borstkas plaatsvindt geneest deze spontaan. Indien er lekkage naar de borstkas optreedt is er sprake van een levensbedreigende situatie die meestal tot een hernieuwde operatie leidt. Daarnaast kan een (meestal tijdelijke) heesheid optreden door beschadiging (oprekking) aan de stembandzenuw die tussen de luchtpijp en de slokdarm loopt.

Een late complicatie is een vernauwing bij de naad in de hals (15-30%). Deze moet dan door de gastro-enteroloog (MDL-arts) tijdens een endoscopie worden opgerekt. Soms moet dit meerdere malen gebeuren.

Aangezien de maag een rol speelt bij de opname van vitamine B12 - door binding aan een speciaal eiwit, geproduceerd oa in de maag, kan het beter worden opgenomen in de dunne darm - kan door de buismaagoperatie de opname van hiervan verstoord zijn. U dient dus bedacht te zijn op een eventueel vit. B12 tekort na deze operatie. Uw arts kan dit controleren door eenvoudig bloedonderzoek.

Resultaten

Wanneer een behandeling is gericht op genezen van een patiŽnt, spreken we van een curatieve behandeling. Bij patiŽnten die een curatieve operatie ondergaan lopen de vooruitzichten sterk uiteen. Bij kanker wordt vaak gesproken over de 5-jaars overleving. Daarbij wordt het percentage patiŽnten genoemd dat nog na 5 jaar na de behandeling in leven is.

Van de groep patiŽnten met slokdarmkanker die een curatieve operatie heeft ondergaan, leeft na 5 jaar nog ongeveer 20%. Voor de groep die bovendien niet is uitgezaaid naar de lymfeklieren rond de slokdarm is dit 40-50%.

Uw individuele situatie kunt u het best met uw arts bespreken. Percentages voor een groep patiŽnten zijn niet zomaar te vertalen naar ieders persoonlijke situatie.

Indien u niet geopereerd kan worden

Wanneer er geen genezende behandeling mogelijk is dan spreekt men van een palliatieve behandeling. Er zijn dan verschillende mogelijkheden om uw klachten te verminderen. Inwendige dan wel uitwendige bestraling, plaatsen van een voedingsbuisje (endoprothese), electrocoagulatie(wegbranden van de tumor) en laserbehandeling behoren tot de mogelijkheden. Iedere behandeling heeft zijn eigen indicatie, die uw arts met u zal bespreken.

Meer vragen?

Roept deze brochure vragen op over uw behandeling, stel deze dan gerust aan uw specialist en/of huisarts. Daarnaast zijn er nog regionale en landelijke organisaties voor verdere informatie:

Datum laatste wijziging: 24-06-2009.

Terug naar boven