Alvleesklier-kanker / Galgangkanker
(adenocarcinoom caput pancreas / distaal cholangiocarcinoom)

Inleiding

Deze folder geeft u algemene informatie over de chirurgische behandeling van een kwaadaardige tumor in de kop van het pancreas (adenocarcinoom caput pancreas) of in het onderste gedeelte van de hoofd-afvoergang van de gal ("bile duct" op foto onder) welke vanuit de lever door de kop van de pancreas naar de 12-vingerige darm (duodenum) loopt (distaal cholangiocarcinoom). Alhoewel zich in dit gebied kwaadaardige tumoren van verschillende aard/origine kunnen worden aangetroffen, gaat het echter meestal over de 2 eerder genoemde soorten. Aangezien de chirurgische behandeling van beide type tumoren een gelijksoortige operatie inhoudt, worden beiden gezamenlijk beschreven onder de term "pancreascarcinoom". Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. De beschreven operatieve behandeling kan, in geval u voor operatie in aanmerking komt, soms afwijken van informatie in deze brochure.

Wat is een alvleesklier en waar zit hij?

Elk mens bezit 1 alvleesklier (pancreas) welke gelegen is diep in de bovenbuik aan de rugzijde, dwars verlopend over de ruggegraat. (afmetingen: lengte 10 a 20 cm; breedte 3 a 5 cm; de dikte neemt af van ong. 2 cm thv van de kop (links op de foto) tot minder dan 1 cm thv de staart (rechts op de foto)). Het klierweefsel is zeer fragiel en kan bij inadequate plaatsing van hechtingen gemakkelijk uit elkaar scheuren (ter vergelijking een "gebakken stuk zalmfilet").

Bron foto: Copyright © 2003 AllRefer.com

De klier speelt een zeer belangrijke rol bij de spijsvertering (productie van o.a enzymen die eiwitten verteren en welke via de afvoergang in het duodenum worden afgescheiden) (pancreatic duct op foto boven) alsook door de productie van belangrijke hormonen w.o. insuline.

Localisatie van de tumor:

De operatieve behandeling van het hier beschreven "pancreas-carcinoom" betreft tumoren welke gelegen zijn:

  1. in het laatste deel van de choledochus (hoofd-afvoergang van gal) welke door de kop van het pancreas verloopt: distale cholangiocarcinoom
  2. thv het kop-gedeelte van het pancreas: adenocarcinoom caput pancreas
  3. uitgaande van de kringspier welke de gezamenlijke uitmonding van choledochus en pancreas-afvoergang controleert: papilcarcinoom

Tumoren uitgaande van het midden- of staartgedeelte van het pancreas kunnen mits ze niet uitgezaaid zijn of doorgegroeid naar de omliggende organen worden verwijderd door een stuk van wisselende grootte (afh. van de plaats van de tumor) van het pancreas af te snijden en de afvoergang aan deze zijde afdoende af te sluiten (soms verbinden met een stuk dundarm). Deze tumoren zijn nog zeldzamer dan de boven beschrevenen en worden hier niet besproken.

Hoe vaak komt "pancreascarcinoom/ alvleesklierkanker" voor?

Pancreascarcinomen zijn relatief zeldzaam. (Minder dan 5% van alle kwaadaardige tumoren) Jaarlijks wordt er in Nederland bij ± 10 per 100.000 inwoners de diagnose gesteld (ong. 1800 nieuwe patienten per jaar). In een gemiddeld ziekenhuis in Nederland worden derhalve jaarlijks slechts 10 - 15 nieuwe patienten gezien.

Wat is de prognose.

Helaas komt slechts ± 10-20% in aanmerking voor een operatie omdat de ziekte meestal reeds in een vergevorderd stadium is ten tijde van de diagnose. Ook voor patienten waarbij de tumor is verwijderd is de prognose helaas niet rooskleurig: de gemiddelde overleving na een operatie bedraagt slechts 10-18 maanden en na 5 jaar is nog maar 20-25% in leven. Desalniettemin is een operatie de enige kans op overleving. Al jaren worden diverse onderzoeken verricht om met behulp van aanvullende chemotherapie en/of bestraling de prognose te verbeteren. In grote Europese studies werd een verbetering van de prognose behaald indien na de operatie 5-FU (chemotherapie) of gemcitabine (chemotherapie) werd toegediend. Op dit moment wordt onderzoct welk van deze 2 medicijnen het beste resultaat geeft.

Bron:

Hoe ontstaat alvleesklierkanker?

De precieze oorzaak waarom iemand een pancreascarcinoom krijgt is onbekend. Aangezien deze aandoening in de Westerse landen veelvuldiger voorkomt, vermoedt men dat omgevingsfactoren (voeding?, roken?, overmatig alcoholgebruik?) of de aanwezigheid van suikerziekte (?) mogelijks een rol zouden kunnen spelen. Erfelijke factoren kunnen bij sommigen ook een rol spelen.

De meeste patienten zijn 60 jaar of ouder alhoewel het ook wel eens op jongere leeftijd kan voorkomen.Het komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Wat voor klachten kan men hiervan ondervinden?

In het begin zijn de klachten vaak niet specifiek en kunnen bestaan uit vage pijnklachten of een onbestendig gevoel in de bovenbuik, gewichtsverlies, verminderde eetlust, vermoeidheid etc.

Zodra echter de tumor de afvoergang van gal en/of pancreas dichtdrukt worden bijkomende klachten veroorzaakt secundair aan de gevolgen hiervan: De gal stapelt zich op in de lever en verlaat deze nu via het bloed naar de urine (theekleur), en verzamelt zich ook thv het oogwit en huid (geelzucht). Galstoffen in de huid geven aanleiding tot hinderlijke jeuk en krabben.De ontlasting welke zijn kleur hoofdzakelijk krijgt door de galstoffen wordt nu dus ook lichter van kleur (minder gal) en spoelt soms moeilijk weg in de toilet (is vettiger): stopverfontlasting.

Welke onderzoeken (kunnen) worden verricht?

Naast een grondige verslaglegging van uw klachtenpatroon (anamnese) en een lichamelijk onderzoek zal meestal in 1e instantie worden begonnen met bloedonderzoek en een echografie van de buik. Afhankelijk van de aard van de klachten en bevindingen tijdens uw eerste bezoek bij de Maag-Darm-Lever arts of oncologisch chirurg zal CT-scan van de buikorganen en/of een MRI-scan van uw galwegen en pancreas (zgn. "MRCP") worden vervaardigd.

Een ERCP (inwendig kijkonderzoek met behulp van een lange flexibele camera (endoscoop)) kan worden verricht:

Met name de ontwikkeling van de MRCP heeft er voor gezorgd dat een, vaak als belastend ervaren, diagnostich endoscopisch onderzoek (zgn. "ERCP") in veel gevallen achterwege kan worden gelaten en slechts behoeft te worden uitgevoerd voor plaatsing van een endoprothese. Indien echter het beeldvormend onderzoek onvoldoende duidelijkheid oplevert over de aard van de aandoening, kan een ERCP nodig zijn om weefsel af te nemen voor nader onderzoek.

Wanneer kom ik voor operatie (i.e. verwijdering van de tumor) in aanmerking?

Zoals hierboven reeds vermeld komt van alle patienten slechts ± 10% in aanmerking voor een operatie omdat de ziekte meestal reeds in een vergevorderd stadium is ten tijde van de diagnose. Mits uw conditie het toelaat is een hoge leeftijd op zich geen bezwaar om geopereerd te worden.

Om voor een operatie in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Wat voor extra maatregelen zijn er voor de operatie nodig?

Zeker indien men al bekend is met andere aandoeningen (bv. CARA of een hartkwaal) zal voorafgaand aan de operatie de behandelend specialist hierover om advies worden gevraagd. Daarnaast heeft de verwijzend internist reeds onderzocht of u veilig een grote buikoperatie onder narcose zou kunnen doorstaan.

Teneinde de produktie van etsende alvleeskliersappen tijdelijk stil te leggen, hetgeen een gunstige invloed kan hebben op het genezingsproces van de nieuw aan te leggen verbinding (anastomose) tussen het restant van de pancreas en de dunne darm, krijgt u voorafgaand aan de ingreep een medicijn (octreotide) vlak onder de huid ingespoten dat na de operatie nog een ruime week zal worden gegeven. Makkelijker is het om hetzelfde medicijn (octreotide) in een langer werkzame vorm (Sandostatine® LAR® 20mg) ongeveer 10 dagen voor de ingreep eenmalig te laten inspuiten (in de bilspier). Op deze wijze is de werkzame stof voldoende aanwezig om gedurende de ingreep en de week aansluitend zijn heilzame werking uit te voeren. Het inspuiten kan eventueel bij u thuis gebeuren door een speciale prikdienst (NOVANURSES). Klik hier voor meer informatie over het medicijn en de prikdienst.

Na de ingreep verblijft u meestal enkele dagen op de Intensive Care Unit.

De operatie

Bij twijfel over het bestaan van uitzaaiingen elders in de buik of mogelijke doorgroei van de tumor wordt soms eerst een diagnostische kijkoperatie uitgevoerd ("diagnostische laparoscopie") voordat de buik helemaal wordt opengemaakt.

Voordat bij de operatie de tumor wordt verwijderd wordt eerst een zorgvuldige inspectie verricht van belangrijke lymfeklierstations waar zich eventuele uitzaaiingen zouden kunnen bevinden en welke op CT/MRI niet altijd betrouwbaar zijn te beoordelen. Lymfeklieren welke verdacht voorkomen, worden verwijderd en onmiddellijk microscopisch onderzocht terwijl de patient onder narcose blijft. Pas wanneer hier geen uitzaaiingen worden aangetoond kan de werkelijke operatieve verwijdering (resectie) starten.

De operatie voor de verwijdering van een kwaadaardige tumor in de kop van het pancreas omvat een uitgebreide resectie van het gehele kop-gedeelte (caput) van het pancreas inclusief de hiermee onlosmakelijk verbonden 12-vingerige darm (duodenum), galblaas en onderste helft van de gal hoofdafvoergang. Meestal wordt tevens het onderste stuk van de maag meegenomen, afhankelijk van de voorkeur van het chirurgisch team.

Na een eerste beschrijving in 1912 door Prof. Kausch werd de ingreep verder ontwikkeld en beschreven door Prof. Whipple (USA) in 1935. Zijn naam is sindsdien verbonden een de operatie welke bekend staat als de zgn. " Whipple-operatie".

Bron foto: Copyright © 2003 AllRefer.com


Datum laatste wijziging: 26-10-2007.

Terug naar boven