Chirurgische behandeling van het Carpaal Tunnel Syndroom (incl. operatiefoto's)

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de klachten en de oorzaak van het carpaal tunnelsyndroom (CTS) en hoe dit behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Uitleg anatomie van de pols en de carpale tunnel

De pols (carpus (= Latijn)) is opgebouwd uit 8 handwortelbeentjes in 2 rijen van elk 4. De twee rijen vormen als het ware twee bogen die een tunnel vormen waaronder de vitale kwetsbare structuren (zenuwen, grote bloedvaten en 9 buigpezen) vanuit de onderarm naar de handpalm lopen.

Aan de palmzijde van de pols worden beide bogen van de carpaal tunnel met elkaar verbonden door een stevig pezig vlies (dwarse polsband) dat deze structuren beschermt en ook bijdraagt aan het op spanning houden van de boogvormige tunnel, zijnde de natuurlijk vorm van de pols in voorachterwaartse richting bekeken.

Het carpaal tunnelsyndroom (afk. CTS)

In de carpale tunnel loopt o.a. een belangrijke zenuw (nervus (zenuw (=Latijn) medianus) die zorgt voor het gevoel in een deel van de hand alsmede o.a. buigbewegingen van de vingers. Het carpale tunnelsyndroom is een verzameling van diverse klachten die kunnen optreden zodra de nervus medianus bekneld zit in de carpale tunnel meestal door zwelling van de peesomhulsels (tenosynovitis) in de tunnel of een verdikking van het dwars verlopend vlies. Steeds terugkerende bewegingen van de handen kunnen een tenosynovitis veroorzaken. Hierdoor neemt de druk in de tunnel toe en veroorzaakt irritatie van de zenuw. Irritatie van een zenuw veroorzaakt storing in het gevoel en/of motoriek en pijnklachten in het lichaamsdeel waarmee de zenuw in verbinding staat: in dit geval een gedeelte van de hand.

Incidentie en oorzaken

Ongeveer 1 op de 100 mensen krijgen in hun leven te maken met het CTS. De klachten komen het meest voor in de leeftijdsgroep van 30 tot 50 jaar en iets vaker bij vrouwen dan bij mannen.

De meest voorkomende oorzaak is een chronische overbelasting van de pols (een vorm van RSI) waardoor een ontsteking van de pezen die door de carpal tunnel lopen. Door zwelling ontstaat een verhoogde druk in de carpal tunnel met als gevolg irritatie van de zenuw (nervus medianus).

Daarnaast kan het CTS ook optreden door botverplaatsingen, breuken en bij sommige aandoeningen zoals leukemie, reuma, suikerziekte, schildklierziektes e.a., en situaties waarbij het lichaam vocht vasthoudt, o.a zwangerschap, pilgebruik en het begin van de overgang.

Wat voor klachten kunt u hebben

De klachten die als gevolg van een CTS kunnen nogal uiteenlopen. De klachten komen vaak ’s nachts voor en zorgen ervoor dat u wakker wordt maar kunnen ook optreden bij dagelijkse activiteiten zoals autorijden of het lezen van de krant. Meestal heeft u slechts aan een hand last alhoewel beiderzijds ook mogelijk is.

Onderstaand een opsomming van diverse klachten die in wisselende mate kunnen voorkomen:

Diagnose en onderzoek

Op grond van het klachtenpatroon kan de diagnose vaak worden vermoed. Indien bij plaatselijke druk op de zenuw ter hoogte van de palmzijde van de pols de klachten toenemen of zich voordoen, wordt het al waarschijnlijker. Om zeker te weten of er sprake is van het carpale tunnelsyndroom, is een zenuwgeleidings-onderzoek nodig. Tijdens dit onderzoek test men de geleidingssnelheid van de aangedane zenuw door middel van kleine naaldjes en korte stroomstootjes (niet pijnlijk!): een EMG (ElectroMyoGrafie). De ernst van de irritaie van de zenuw is kan men dan aflezen door een verlaagde geleidingssnelheid. Door middel van een EMG kan tevens een onderscheid worden gemaakt tussen druk op de zenuw ter hoogte van de carpale tunnel of ter hoogte van de schouder of de nekwervels (tgv. slijtage of een hernia)

De behandeling

Niet-operatief

In eerste instantie kan worden getracht of door aanpassing van de werkzaamheden een verlichting van de klachten kan worden bereikt. Na een zwangerschap gaan de klachten spontaan over: echter bij gevoelsuitval tijdens de zwangerschap kan er een reden bestaan om toch te opereren aangezien gevoelsstoornissen anders blijvend kunnen zijn indien niet behandeld.

Soms kan een behandeling met medicijnen in pilvorm (bv. ontstekingsremmers) of een injectie met corticosteroiden (bijnierhormoon) in de carpale tunnel afdoende zijn. Er zijn ook speciale rustspalkjes in de handel. Er worden sporadisch goede resultaten beschreven door behandeling met hoge dosis vitamine B6.

Als bovenstaande niet mogelijk is of niet tot het gewenste resultaat leidt, kan een operatie nodig zijn zeker in het geval van gevoels- en/of motorische stoornissen (onvermogen tot vingerbeweging).

De operatie

De klachten kunnen zo ernstig of hinderlijk zijn, dat u een operatie wordt voorgesteld. Deze kleine ingreep wordt in Nederland door ervaren algemeen chirurgen verricht (onderstaande foto's) evenals plastisch chirurgen, orthopedisch chirurgen en neurochirurgen. De operatie is erop gericht de druk op de zenuw weg te nemen. Dat kan op twee manieren:

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig. Deze komen gelukkig zelden voor. Bloedingen en soms wondinfecties zijn de belangrijkste. Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen.

Na de operatie (deze is voor beide methoden hetzelfde)

Het is verstandig dat u de eerste dag(en) de arm in een draagdoek houdt. Het drukverband dat na de operatie is aangelegd kan na één dag worden verwijderd. Ook kunt u al snel beginnen met oefeningen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam maar na enkele dagen gaat dat al veel beter. Mochten uw vingers de dag van de operatie of de dag erna blauw en koud worden of krijgt u veel meer pijn, dan dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met de Spoed Opname/Eerste Hulp afdeling van het ziekenhuis.

Wat u ook nog moet weten

Het litteken aan de pols blijft vaak langer gevoelig, met name bij druk ter plaatse, zoals bij het steunen op de pols. De klachten, die u tevoren had, zijn na de operatie vaak meteen verdwenen, toch kan soms het dove gevoel nog een tijdje aanhouden. De hechtingen kunnen na 10 tot 14 dagen worden verwijderd. U moet erop rekenen dat u lange tijd veel minder kracht in uw duim zult hebben. Dit komt omdat de spieren van de duimmuis, doordat de dwarse polsband is gekliefd, aan een kant min of meer wat losser zijn komen te zitten. Oefeningen met een schuimrubberballetje kunnen helpen om de spiertjes te trainen en te versterken. Afhankelijk van de ernst en de duur van de klachten voor de ingreep kan het soms enkele maanden duren voordat de kracht in de hand en pols weer helemaal normaal is.

Heeft u nog vragen?

Deze brochure is niet bedoeld als vervanging van mondelinge informatie maar als aanvulling hierop. Hierdoor is het mogelijk alles nog eens rustig na te lezen. Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. U kunt een email sturen via de contactpagina.

Bron

Bij het opstellen van deze brochure werd onder andere gebruik gemaakt van tekst uit de patientenfolder zoals opgesteld onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, uitgebreid met meerdere illustraties en tekst, en aangepast door de webmaster van deze website.

Datum laatste wijziging: 14-10-2007.

Terug naar boven