Thoracotomie (operatie in de borstkas) voor longkanker
Inleiding: Een longaandoening waarvoor een thoracotomie noodzakelijk is
Deze webpagina geeft u algemene informatie over de thoracotomie, het chirurgisch openen van de borstkas. Tijdens een thoracotomie kan uw chirurg direct en van dichtbij uw longen en het gebied daaromheen beoordelen.
Voor dat u verder gaat is het verstandig om eerst de pagina Longchirurgie Algemeen te lezen.
Als u deze pagina’s reeds doorleest voorafgaand aan het bezoek aan de chirurg zijn vele vragen reeds beantwoord en hebt u meer profijt van de aanvullende informatie van uw chirurg.
Alhoewel de procedure in principe op standaardwijze wordt uitgevoerd is het goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. De behandeling kan in uw geval afwijken van de informatie in deze brochure.
Het kan zijn dat er tijdens de thoracotomie ingrepen worden uitgevoerd zoals het verwijderen van een long of een gedeelte daarvan, wanneer een tumor aanwezig is. Uw chirurg zal u uitleggen hoe u zich het beste kan voorbereiden op deze ingreep en hoe deze ingreep uw probleem (gedeeltelijk) kan verhelpen.
Chirurgische behandeling afhankelijk van type longkanker
Elk jaar wordt er in Nederland bij ongeveer 8 a 9.000 mensen longkanker vastgesteld. Voor de behandeling van longkanker is het van groot belang een onderscheid te maken tussen twee groepen:
- Kleincellige longkanker (Small Cell Lung Cancer (SCLC)); ongeveer 20-25% van alle nieuwe gevallen van longkanker in Nederland. Het merendeel is het gevolg van roken. Dit type longkanker (SCLC) komt vrijwel nooit in aanmerking voor een chirurgische behandeling omdat de tumor op het moment van diagnose meestal reeds is uitgezaaid. De prognose van dit type longkanker is meestal zeer slecht (enkele maanden). De behandeling bestaat meestal uit chemotherapie al of niet in combinatie met bestraling. Dit type longkanker wordt op deze pagina NIET besproken.
- Niet-kleincellige longkanker (Non-Small Cell Lung Cancer (NSCLC)); ruim 80% van alle nieuwe gevallen van longkanker waarbij mannen in de meerderheid zijn (4 van de 5 patienten). Er bestaat een lichte daling in het aantal nieuwe gevallen van longkanker bij mannen. Desalniettemin is longkanker bij mannen nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak door kanker. Bij vrouwen neemt het aantal nieuwe gevallen met longkanker daarentegen iets toe. Waarschijnlijk komt dit door het rookgedrag.
Behandelingsmogelijkheden bij longkanker
Wanneer de diagnose longkanker wordt verwacht of definitief is zal uw longarts en chirurg uw behandelplan met u doornemen. Het behandelplan is afhankelijk van waar de tumor zich bevindt, en in welk stadium de kanker zich bevindt. Het stadium is gebaseerd op de grootte van de tumor, het type kankercellen wat gevonden is, en of de tumor uitzaaiïngen heeft. In een vroeg stadium kan het zijn dat er een klein gedeelte van de long aangetast is. In latere stadia kan het zijn dat de tumor uitgezaaid is in de rest van de longen of elders in het lichaam via de lymfeklieren. Zodra het stadium is bepaald kan het beste behandelplan opgesteld worden. Samen met uw longarts en chirurg kan u besluiten welk behandelplan het beste bij u past.
Er zijn in principe drie manieren beschikbaar om longkanker te behandelen. Het is goed mogelijk dat één of meerdere combinaties van deze drie onderstaande mogelijkheden het beste behandelplan voor uw situatie is.
- Chirurgie: hierbij wordt door de chirurg een gedeelte of gehele long verwijderd om de kanker te bestrijden.
- Radiotherapie (bestraling): hierbij worden kankercellen vernietigd door bestraling.
- Chemotherapie: hierbij worden medicijnen gebruikt om de kankercellen te bestrijden.
Criteria om voor een longoperatie in aanmerking te komen
Om voor een operatie in aanmerking te komen wordt rekening gehouden met diverse criteria:
- Uw algehele lichamelijke conditie
- Longfunctie: uw longarts onderzoekt of u nog voldoende zuurstof kunt opnemen met het resterend longweefsel indien een stuk long wordt verwijderd
- Tumorkenmerken:
- tumorgrootte en locatie in de long: zeer grote tumoren, of tumoren die vastzitten aan vitale organen (bv. hart/slokdarm) kunnen niet worden verwijderd; soms kan een voorbehandeling met gecombineeerde radio-chemotherapie worden overwogen
- uitzaaiingen in lymfeklieren: indien lymfeklieren ver verwijderd (rode bolletjes op de foto) van de oorspronkelijke tumor reeds zijn aangetast is het verwijderen van de long met tumor (gele bol op foto) helaas niet zinvol meer; indien klieren dichterbij de tumor gelegen (lichtblauwe bolletjes op de foto) zijn aangetast komt u in principe voor een operatie in aanmerking.
Nota bene: om te onderzoeken of lymfeklieren ver verwijderd van de oorspornkelijke tumor (rode bolletjes) zijn aangetast worden diverse onderzoeken gedaan waaronder CT scan en soms een kijkoperatie langs de grote luchtpijp (mediastinoscopie) - uitzaaiingen elders in uw lichaam: helaas is een operatie niet meer zinvol
Tumorclassificatie (TNM-classificatie)
Binnen de medische wereld is een uniforme classificatie opgezet waarmee men voor elke soort kanker de mate van uitbreiding kort kan weergeven: de “TNM-classificatie” opgesteld door de AJCC (American Joint Committe on Cancer). Deze classificatie bestaat voor elke tumorsoort en is specifiek voor een bepaald type kanker; maw. de classificatie voor longtumoren voldoet aan andere criteria dan bijvoorbeeld borstkanker of darmkanker. Deze classificatie stelt medici in staat om de karakteristieken van het gedrag van een bepaalde tumor bij een patient / groep patienten zonder onderlinge verwarring efficiënt te communiceren en resultaten van behandelingen te kunnen vergelijken met betrekking tot de kansen op terugkomst van de ziekte en overleving.
Deze TNM-classificatie is opgebouwd uit:
- T = Tumorgrootte, de diameter of mate van ingroei (T1-4)
- N = Node(lymfeklier), aantal/plaats van lymfeklieruitzaaiingen (N0-2)
- M = Metastasen (uitzaaiingen) op afstand van de tumor in bv andere organen, botten etc.(M0-1)
Uitleg:
- T1 = tumor kleiner dan 3 cm
- T2 = tumor groter dan 3 cm en verder dan 2 cm verwijderd van de splitsing (ofwel: carina) van de trachea (luchtpijp) in een linker en rechter hoofdbronchus (luchtwegtak)
- T3 = elke tumor minder dan 2 cm van de carina gelegen óf ingroei in borstkaswand, middenrif, hartzakje of longvlies thv mediastinum (ruimte tussen longen in)
- T4 = tumor die ingroeit in mediastinum, hartspier, grote bloedvaten, slokdarm, wervels, carina of vocht met tumorcellen in de borstholte
- N0 = geen lymfeklieruitzaaiing
- N1 = uitzaaiingen in de dichtstbijzijnde lymfeklieren (lichtblauw op bovenstaande afbeelding)
- N2 : uitzaaiingen in verder gelegen lymfeklieren (rood op bovenstaande afbeelding)
- N3 : uitzaaingen in klieren aan de andere zijde of buiten de long gelegen (zie ook bovenstaande afbeelding (rood))
- M0 = geen uitzaaiingen elders in het lichaam
- M1 = uitzaaiingen elders (bv hersenen)
Er zijn dus heel veel verschillende combinaties van T,N en M mogelijk die allemaal verschillende mate van uitbreiding aangeven van bijvoorbeeld longkankers bij verschillende patiënten.
De verschillende combinaties TNM worden vervolgens gegroepeerd in vier stadia; I t/m IV.
| TNM classificatie longkanker | Stadium | Behandeling | % Overleving na 5 jaar |
| T1 of T2 mits N0 en M0 Tumor beperkt tot 1 long en kleiner dan 3 cm |
Ia / Ib | Operatie of specifiek gerichte radiotherapie | 47% |
| T1 of T2en N1 en M0 Zoals hierboven doch met lymfeklieruitzaaiingen nabij |
IIa | Operatie | 26% |
| T3en N0 en M0 Grotere longtumor met enige doorgroei buiten de long doch zonder lymfeklieruitzaaiingen |
IIb | Operatie | |
| T3 zodra N1 en M0 of T1 of T2 zodra N2 en M0 Zoals hierboven doch met lymfeklieruitzaaiingen / Longtumor met uitzaaiingen rond de trachea |
IIIa | Chemotherapie gevolgd door radiotherapie of operatie | 8% |
| T1-T4 zodra N3 en M0 of T4 en N1-2 en M0 Longkanker met uitzaaiingen in lymfeklieren op afstand bv. in andere long / Longkanker die doorgroeit in andere organen en tevens lymfeklieruitzaaiingen |
IIIb | Chemotherapie gevolgd door radiotherapie | |
| Alle T1-4 en N1-3 zodra M1 Longkanker met uitzaaiingen op afstand buiten de borstholte; bv. hersenen |
IV | Chemotherapie | 2% |
* bron: www.cancer.org; getoonde overlevingspercentages zijn slechts gemiddelden en kunnen hoger of lager uitvallen per individuele patient.
Voorbereiding voor de ingreep
- Voorafgaand aan de ingreep heeft u op advies van uw chirurg alle eventueel noodzakelijke onderzoeken (bv bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje) ondergaan en heeft u tevens indien noodzakelijk andere specialisten (bv cardioloog, internist) bezocht zodat u veilig onder narcose kunt.
- Wanneer u rookt, is het verstandig daar onmiddellijk mee te stoppen.
- Laat uw chirurg weten welke medicijnen u gebruikt (ook de medicijnen die u bij de drogist haalt, zoals bijvoorbeeld aspirine) en vraag uw chirurg of u deze tot aan de operatie moet innemen. Vergeet niet te vermelden aan uw chirurg of u homeopathische middelen gebruikt en zo ja, welke.
- U mag vanaf middernacht voorafgaande aan de ingreep niets meer eten of drinken (nuchter blijven) tenzij anders is bepaald door uw chirurg.
Anaesthesiologie (narcose)
De anesthesioloog zal tijdens uw bezoek aan zijn/haar spreekuur de mogelijkheden met u doorspreken. Met algehele narcose wordt u in slaap gebracht en merkt u niets van de ingreep. Een epiduraal catheter (een klein slangetje in de rug) kan ingebracht worden voor extra pijnbestrijding wanneer verwacht wordt dat dit na de operatie noodzakelijk is. Het kan dan ook zijn dat een slangetje in de blaas wordt ingebracht (blaascatheter) om ervoor te zorgen dat tijdens de ingreep de urine via dit slangetje wordt afgevoerd. Ook is het mogelijk dat u tijdens een ingreep pijnstilling krijgt in de vorm van een zenuwblokkade, ofwel: medicatie die de pijnprikkels vanuit de zenuwen tijdelijk blokkeert.
Hoe de longen worden bereikt in deze procedure
De conventionele (niet-spiersparende) chirurgische procedure
Wanneer u onder narcose bent, wordt u in de juiste positie op uw zij op de operatietafel gelegd en worden er steriele doeken over het te opereren gebied gelegd, nadat uw huid is gedesinfecteerd met jodium. Vervolgens maakt uw chirurg een snede die van achter-onder langs het schouderblad naar voren loopt, meestal is dit ter plaatse van de 6 e rib.
Afhankelijk van de voorkeur van de chirurg kan de insnede in de huid ook dwars op de ribben worden geplaatst zodat de spieren opzij kunnen worden geschoven in plaats van door midden gesneden en naderhand wederom aan elkaar vastgehecht, de zgn "spiersparende" thoracotomie (zie onder).
Vervolgens worden uw ribben gespreid met een speciale stalen wondspreider zodat uw longen goed zichtbaar en toegankelijk zijn.De long waaraan u geopereerd wordt, doet tijdens de ingreep niet mee met de ademhaling. Omdat er geen lucht in deze long wordt geblazen valt deze samen. De andere long wordt ondertussen kunstmatig beademd door middel van een speciale beademingsbuis die afzonderlijk beide longen kan beademen. De leeggelopen long kan op deze manier goed onderzocht worden en de ingreep die noodzakelijk is, kan dan goed uitgevoerd worden. Dit kan inhouden dat er een gedeelte van of de gehele long verwijderd moet worden. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er ook lymfeklieren tijdens deze ingreep verwijderd worden.
Wanneer de ingreep klaar is, wordt er een slang (thoraxdrain blauwe pijl op foto) ingebracht aan de zijkant van de borstkas om het vocht en de lucht te kunnen afzuigen. Door het weghalen van de wondspreider vallen de ribben weer naar elkaar toe op zijn plaats en worden bovendien aanvullend vastgehecht. De spieren worden weer op hun plaats gebracht en onderling vastgehecht. Tenslotte wordt de huid gesloten met hechtingen of nietjes.
De spiersparende chirurgische procedure (spiersparende thoracotomie)

Bij de conventionele incisie (insnede) wordt de toegang tot de borstholte verkregen door brede rugspier dwars door te snijden (volgens het verloop van de daaronder liggende ribben) om zodoende de ribben te benaderen. Op het einde van de ingreep wordt na het chirurgisch sluiten van de borstkas deze rugspier weer aan elkaar vastgehecht. Indien een spier echter in de vezelrichting wordt ingesneden en opengespreid (vergelijk openen van 2 gordijnen) of nog beter aan de rand treedt er minder weefselschade op en bevordert dit een snel herstel. Zoals u kunt zien op de foto's hiernaast toont de blauwe lijn de insnede in de brede rugspier (musculus latissimus dorsi) zoveel mogelijk aan de voorrand volgens het verloop van de spiervezelrichting. De blauwe pijlen tonen de richting waarin de wond wordt opengespreid waarbij de onderste blauwe pijl de richting aangeeft waarin de rugspier opzij wordt gehouden.
Technisch detail: In werkelijkheid wordt de insnede in de huid zoveel mogelijk geplaatst aan de voorrand de brede rugspier; de rugspier wordt dan zo min mogelijk gekliefd maar in zijn geheel gespaard en naar de rug zijde weggeschoven.

Op de foto hiernaast ziet u de incisie aangegeven met de blauwe lijn.

Op de foto hiernaast ziet u het spreiden van de wond met een stalen wondspreider waarbij complete brede rugspier naar de rug opzij wordt gehouden (onderste blauwe pijl).

Na het spreiden van de rugspier wordt een insnede in de borstkas gemaakt net zoals in de conventionele methode volgens het verloop van de bovenrand van een rib. Deze incisie ligt dus haaks op de incisie in de spier.

Na het spreiden van de rugspier (blauwe pijlen) wordt de borstkas opengehouden met een tweede stalen wondspreider die de ribben opzij houdt (zwarte pijlen).
Opm.: U ziet op de onderstaande foto dat er 2 wondspreiders nodig zijn omdat de spreidrichting (blauwe pijlen op figuur) van de spier haaks staat op de spreidrichting van de borstkas (zwarte pijlen op figuur).
De long waaraan u geopereerd wordt, doet tijdens de ingreep niet mee met de ademhaling. Omdat er geen lucht in deze long wordt geblazen valt deze samen. De andere long wordt ondertussen kunstmatig beademd door middel van een speciale beademingsbuis die afzonderlijk beide longen kan beademen. De leeggelopen long kan op deze manier goed onderzocht worden en de ingreep die noodzakelijk is, kan dan goed uitgevoerd worden. Dit kan inhouden dat er een gedeelte van of de gehele long verwijderd moet worden. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er ook lymfeklieren tijdens deze ingreep verwijderd worden.

Na de ingreep wordt de borstkas chirurgisch is gesloten door middel van sterke hechtingen waarmee de ribben naar elkaar toe worden getrokken. Om de valse lucht en eventueel restbloed uit de borstkas te laten lopen wordt voor het sluiten van de borstkas een dikke wondslang ingebracht (thoraxdrain) (gele pijl op foto onder).
De rugspier valt weer in zijn natuurlijke vorm (blauwe pijlen) na het weghalen van de wondspreider.

De huid wordt wederom gehecht (op de foto met een zgn. "cosmetische hechting") nadat eerst een wonddrain (blauwe pijl) onder de spier wordt geplaatst om het eventuele restvocht, wat zich kan ophopen na de ingreep, te laten aflopen.
Mogelijke risico’s en complicaties
De mogelijke risico’s en complicaties van een thoracotomie zijn:
- De (geringe) risico’s die gepaard gaan met algehele narcose
- Wondinfectie
- (na)bloeding
- Longontsteking (pneumonie)
- Lekkage van lucht in de borstkasholte, hierdoor kan het noodzakelijk zijn dat u langer in het ziekenhuis opgenomen blijft.
- Verslechtering van de hartconditie, als er al hartproblemen bestonden
- Een bloedprop in de aderen (trombose) of een bloedprop in de longen (longembolie).
Informatie voor familie en/of naasten
- Deze gehele procedure vanaf vertrek van de afdeling tot terugkeer op de afdeling neemt ongeveer 2 tot 5 uur in beslag.
- Na de ingreep gaat de patiënt eerst naar de uitslaapkamer (verkoever) en eventueel naar de intensive care of medium care. Nadat de patiënt wakker is, zal u hem/haar kunnen bezoeken.
- Wees voorbereid op wat u gaat zien, de patient zal omgeven zijn met slangen en een monitor om zijn/haar toestand te bewaken. De patient kan nog erg slaperig en bleek zijn, en kan een opgezwollen gezicht hebben. Dit is volkomen normaal na deze ingreep.
- Het is goed mogelijk dat de medicijnen die de patient krijgt tegen de pijn tegelijkertijd sufheid en vergeetachtigheid als gevolg hebben.
Herstel in het ziekenhuis
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoever) waar uw conditie nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Vandaar gaat u naar de intensive care of medium care en vanuit die afdeling gaat u naar uw eigen afdeling. Gedurende deze periode krijgt u pijnstilling zodat u zich beter voelt en makkelijker kunt ademhalen. Het kan zijn dat de fysiotherapeut u ademhalingsoefeningen geeft om ademhalen makkelijker te maken na de ingreep en u makkelijker te laten bewegen. Het verblijf in het ziekenhuis na een thoracotomie verschilt van patiënt tot patiënt, meestal is dit een week of langer.
Direct na de operatie
Wanneer u ontwaakt uit de narcose voelt u zich in eerste instantie suf en koud, en misschien heeft u dorst. Wanneer u nog steeds de beademingstube in uw keel hebt zal u nog niet kunnen praten. U zult slangetjes in uw borstkas hebben die vocht, lucht en bloed uit uw borstkas afvoeren. Tevens hebt u een infuus waardoor vocht en medicijnen worden toegediend. Een monitor houdt uw hartslag, bloeddruk en het zuurstofgehalte in de gaten. Het kan zijn dat u één of meerdere dagen verblijft op de intensive care van het ziekenhuis om u speciale en intensieve zorg te geven en uw conditie zorgvuldig in de gaten te houden. Daarna gaat u weer terug naar de afdeling waar u in eerste instantie opgenomen was.
Pijnstilling
Zodra het mogelijk is zullen de verpleegkundige en fysiotherapeut u helpen met het rechtop zitten in bed, het uit bed komen en het lopen. Om het bewegen zo comfortabel mogelijk te maken krijgt u pijnstilling. Deze pijnstilling kan gegeven worden door een verpleegkundige of u krijgt een speciaal apparaatje waarmee u zichzelf pijnstilling kan toedienen wanneer u het nodig heeft. Indien u tijdens narcose een epiduraal catheter (ruggeprik) heeft gehad, kan het zijn dat het kunstof slangetje nog een paar dagen in uw rug blijft zitten om op die manier pijnstilling te kunnen toedienen.
Ademhalingsoefeningen
Zo spoedig mogelijk na de operatie zal de fysiotherapeut u ademhalingsoefeningen met u uitvoeren om uw longen zo schoon mogelijk te houden en uw spieren te trainen om zo complicaties na de operatie te voorkomen. Deze oefeningen, die u in sommige gevallen reeds voorafgaand aan de operatie hebt geleerd, bevatten onder andere ook de spirometrie. Hierbij krijgt u een plastic apparaatje met een slangetje en een mondstuk waarbij het de bedoeling is dat u zoveel mogelijk lucht in- en uitademt als mogelijk is. Andere oefeningen zijn onder andere diep in-, en uitademen, hoesten en ademhalingstechnieken. U zult worden gevraagd deze oefeningen met tussenpozen gedurende de gehele dag te doen.
Bewegingsoefeningen
Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis zal de fysiotherapeut met u bewegingsoefeningen doen. Deze oefeningen helpen u om uw spieren te strekken en weer aan te sterken aan de kant waaraan u geopereerd bent. Dit zal helpen om uw schouder vrij te kunnen blijven bewegen. U krijgt ook oefeningen mee naar huis om uw herstel te bespoedigen.
Ontslag uit het ziekenhuis en naar huis
Voordat u met ontslag gaat zal uw chirurg de resultaten en de eventuele uitslagen van de operatie met u doornemen. Indien u verdere behandeling nodig heeft, zal dit besproken worden. U krijgt een controle afspraak voor het poliklinische spreekuur van uw chirurg.
Thoracotomie: het herstel thuis
Gedurende de eerste weken na uw herstel zal u dagelijks een beetje aansterken. In het begin kan het ademhalen niet prettig aanvoelen en kan u kortademig zijn, maar dit wordt geleidelijk beter. Zorg ervoor dat u het rustig aan doet, en rust uit wanneer u moe wordt. De chirurg en verpleegkundige in het ziekenhuis kunnen u vertellen wat u zoal wel en niet kan en mag doen gedurende deze periode.
Uw operatiewond
Uw chirurg/verpleegkundige zal u vertellen wanneer uw weer mag douchen. Indien u weer mag gaan douchen moet u ervoor zorgen dat u de wond met lauw water en een milde zeep wast. Ga vooral niet hardhandig te werk in het operatiegebied. Het is overigens geheel normaal dat u bloeduitstortingen, jeuk, pijn of een doof gevoel heeft in het operatiegebied voor zeker een aantal weken na de ingreep.
Medicatie
Indien u pijnmedicatie voorgeschreven heeft gekregen, neem deze dan zoal de chirurg u aangeraden heeft. Wacht vooral niet totdat de pijn verergert voordat u de medicijnen neemt. Het is goed mogelijk dat u ook andere medicijnen voorgeschreven heeft gekregen en neem deze volgens recept. In een aantal gevallen kan het zijn dat ook zuurstof voor u geregeld is of moet zijn.
Terug naar uw activiteiten
Vermijd activiteiten die spanning geven op uw geopereerde gebied (zoals bijvoorbeeld zware tuinwerkzaamheden of zwaar tillen) gedurende 6 tot 8 weken na de operatie. Gedurende deze tijd kan u wel gaan wandelen om uw bloedsomloop te stimuleren, uw longcapaciteit op peil te houden en te vergroten en aan te sterken. Indien u pijnstilling heeft voorgeschreven gekregen zal het makkelijker voor u zijn om gedurende activiteiten met minder pijn adem te halen. Het kan zijn dat u een aantal weken enigszins kortademig blijft. Dit is volkomen normaal en wordt met de tijd zal dit minder worden. Zodra u zich beter gaat voelen kan u rustig aan meer activiteiten gaan uitvoeren.
Wanneer moet u contact opnemen met uw chirurg
U dient vervroegd contact op te nemen met uw chirurg/verpleegkundige wanneer de volgende symptomen zich voordoen:
- Erg rode wond, lekkage van vocht uit de wond
- Plotselinge, ernstige kortademigheid
- Plotselinge scherpe pijn op de borst
- Koorts (hoger dan 38.3 graden Celcius)
- Erg snelle hartslag, hartkloppingen
De follow-up met uw chirurg
U krijgt een afspraak voor het poliklinische spreekuur van uw chirurg na de ingreep. Gedurende deze afspraak zal de chirurg uw herstel beoordelen. Meerdere afspraken op de polikliniek kunnen daarna volgen. Indien u verdere behandeling nodig heeft, zal dit tijdens deze afspraak ook besproken worden of gecontroleerd.
Datum laatste wijziging: 13-09-2008.
Surgipoort dankt collega G.P. Gerritsen, chirurg uit het TweeSteden Ziekenhuis te Tilburg/Waalwijk voor zijn grote bijdrage aan het samenstellen van deze pagina en collega Mw. dr. W.H. Schreurs, chirurg uit het Medisch Centrum Alkmaar, voor informatie en beeldmateriaal mbt de spiersparende thoracotomie.