Laparoscopische dikke darmoperaties
Inleiding
Deze folder geeft u algemene informatie over laparoscopische operaties aan de dikke en/of dunne darm. Informatie over de verschillende soorten aandoeningen (goedaardige gezwellen, darmkanker, divertikels, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa e.a.), waarvoor een darmoperatie als behandelingsmethode aangewezen kan zijn, komt in deze folder slechts summier aan bod. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
De anatomie
Op de tekening links ziet u een schematisch overzicht van de dikke darm met de aanvoerende bloedvaten (rood) en bijbehorende lymfeklieren (blauwe stippen). (Appendix = blinde darm)
De dikke darm wordt door drie grote hoofdslagaders van vers bloed voorzien welke via een uitgebreid vertakt netwerk onderling zijn verbonden. De aders lopen hieraan parallel en voeren het bloed met de opgenomen voedingsstoffen, opgenomen uit het darmkanaal, af naar de lever en verder. Weefselvocht (lymfe) wat niet via de aders terugstroomt vindt zijn weg via de lymfevaten en bijbehorende lymfeklieren ("filters"). Eventuele kankercellen kunnen zowel meestromen met de lymfeklieren (lymfeklieruitzaaiing) alsook via het bloed naar onder andere de lever (leveruitzaaiing).
Bij de verwijdering van een stuk dikke darm worden tegelijkertijd de afvoerende lymfebanen en lymfeklieren, welek parallel met bloedvaten lopen, mee verwijderd voor onder zoek in het weefsellaboratorium.
Soort operatie
Er zijn veel soorten darmoperaties. De chirurg zal met u bespreken welke operatie bij u waarschijnlijk zal worden uitgevoerd. Soms is het nodig bij een dikke darmoperatie een stoma (darmuitgang op de buik) aan te leggen. Dit stoma kan tijdelijk of blijvend zijn. U krijgt hiervoor tevens een afspraak bij de stomaverpleegkundige die u van alle details rond de zorg voor een stoma op de hoogte brengt.(Er is ook een folder: Stoma.)
Voorbereiding voor de operatie.
Voor de kijkoperatie wordt de dikke darm meestal leeggemaakt zodat deze makkelijker/veiliger te hanteren is met de verschillende kleine paktangetjes. Dat gebeurt met laxeermiddelen of door de darm volledig te spoelen (lavage). U drinkt hiervoor in dit laatstgenoemde geval enkele liters speciale licht gezouten vloeistof (Klean Prep) en moet dan die dag vaak naar de toilet. Een darm vol met ontlasting is vaak te zwaar om goed te hanteren met kleine paktangetjes tijdens een kijkoperatie waardoor darmbeschadiging (inscheuren) zou kunnen optreden.
Tijdens de operatie krijgt u antibiotica om infecties zo veel mogelijk te voorkomen.
Voor een operatie aan de dikke darm moet u worden opgenomen en de operatie wordt verricht onder algehele anesthesie ("narcose"), meestal aangevuld met een verdoving via een prik in de rug (ook gebruikt voor post-operatieve pijnbestrijding).
De soort operatie is afhankelijk van de oorzaak van de afwijking en de plaats van de afwijking in de dikke darm. Hoe lang zo'n operatie duurt zal afhangen van de omstandigheden, maar meestal duurt dit langer dan een "open" operatie: 2 tot soms 6 uur(oa. afhankelijk van de moeilijkheidsgraad).
"Open" versus Kijkoperatie (laparoscopisch)
Het type darmresectie (darmverwijdering) is bij beide ingrepen hetzelfde. Het verschil zit hem in het feit dat dat bij een kijkoperatie de ingreep via kleinere sneetjes plaatsvindt wat de cosmetiek ten goede komt. In hoeverre patienten daadwerkelijk sneller herstellen is op dit moment onderwerp van studie. Niet alle patienten komen in aanmerking voor een kijkoperatie. In onderstaande gevallen kan soms direct worden besloten dat een open operatie technisch makkelijker/ veiliger in dan een ingreep via de kijkmethode:
- u hebt in het verleden al een of meerdere buikoperaties ondergaan (grote kans op bestaande verklevingen)
- u bent reeds bekend met verklevingen in de buik naar aanleiding van een of meerdere ingrepen in het verleden
- zeer grote tumoren die eventueel zelfs vastzitten aan omliggende organen/buikwand
- u moet acuut geopereerd worden ivm een verstopping waarbij de darmen sterk zijn uitgezet (ileus)
De operatie
De verwijdering van het zieke deel van de darm tijdens een laparoscopische darmoperatie is vergelijkbaar met de "open" operatie. Om goed overicht te krijgen in de buikholte met de camera wordt de buikholte opgeblazen met koolzuurgas. Het losmaken gebeurt echter met kleine instrumenten die via speciale steekbuizen door de buikwand naar binnen worden geschoven.
Het operatieterrein in de buikholte wordt via een speciale camera, welke in de buikholte is binnengeschoven, geprojecteerd op beeldschermen. In plaats van het zicht in de open buik opereren de chirurgen door hun operatiehandelingen te bekijken via een tv-scherm. Deze vorm van opereren vergt een getrainde oog-hand-coordinatie.
Nadat het aangedane darmdeel is verwijderd zal men altijd proberen de resterende darmdelen weer met elkaar te verbinden. Een dergelijke verbinding noemt men een anastomose. Van te voren kan de chirurg u wel globaal de te verwachten operatieprocedure uitleggen.
Zodra het darmdeel met het zieke gedeelte goed is losgemaakt wordt het door een kleine snede in de buikwand naar buiten getrokken. Buiten de buikholte vindt de daadwerkelijke resectie (verwijdering) plaats. De twee losse resterende gedeelten worden aan elkaar vastgemaakt (anastomose). Daarna wordt het het geheel wederom via de kleine buikwandsnede in de buikholte geduwd. De buikwand en de huid worden vervolgens wederom dichtgehecht.
Voorbeeld van een laparoscopische darmoperatie:
Ileocoecaal resectie:
verwijdering van het laatste gedeelte van de dunne darm met overgang naar de dikke darm .
Bij deze beperkte ingreep wordt het gedeelte verwijderd waar de dunne darm over gaat in de dikke darm. De operatie zoals hieronder getoond werd verricht in verband met de ziekte van Crohn. Bij deze onstekingsziekte van het maagdarm-stelsel kan een deel van de darm ernstig vernauwen en verlittekenen waardoor een normale passage van darminhoud niet meer goed mogelijk is.
Nadat de buikholte is opgeblazen met gas kan het darmdeel worden losgemaakt. Dit gebeurt onder zicht via een kleine videocamera die samen met kleine chirurgische paktangetjes, schaartjes via diverse steekbuizen (trocars) naar binnen kunnen worden geschoven
Op de foto rechts ziet u de diverse steekbuizen (trocars) waardoor de chirurg de laparoscopische instumenten naar binnen schuift. Zodra het darmdeel goed losligt wordt een kleine snede in de buikwand gemaakt; in dit geval ter hoogte van de navel om het darmdeel naar buiten te kunnen trekken . De wondranden worden beschermd met een plastic wondprotector.
Op de foto rechts is met rood schematisch het verloop van het het laatste deel van de dundarm en rechter deel van de dikke darm aangegeven.
Het te verwijderen darmdeel is door de kleine opening naar buiten getrokken:
- de uitgezette dunne darm vlak voor het zieke deel
- het zieke dundarmdeel (ziekte van Crohn) wat ernstig ontstoken, verlittekend en vernauwd is
- de blinde darm (appendix)
- het opstijgend rechter deel van de dikke darm
De dunne en dikke darm worden doorgenomen met een speciaal niet/snij-apparaat
Het vetweefsel met daarin de aan- en afvoerende bloedvaten worden doorgenomen met een speciale tang. In dit gele vetweefsel bevinden zich ook de lymfeklieren welke horen bij dit specifieke darmdeel.
Het verwijderde darmdeel (zie boven voor uitleg bij de nummers).
De resterende dundarm wordt zijdelings vastgehecht aan het resterende dikke darmdeel.
Nadat de darmen via de kleine opening in de buikwand zijn terug geduwd wordt de buikwand dichtgehecht en de steekbuizen verwijderd; wondjes dichtgehecht.
Mogelijke complicaties.
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is er ook bij operaties aan de dikke darm de normale kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie.
Wondinfecties komen bij kijkoperaties mogelijks iets minder vaak voor en geven aanleiding tot een vertraagde wondgenezing. In bepaalde situaties wordt de huid na een dikke darm operatie soms opengelaten om wondinfecties te voorkomen.
Bij operaties aan de dikke darm kan zich ook nog een specifieke complicaties voordoen, namelijk een lekkage van de darmnaad (de anastomose). Vaak moet in geval van zo'n ernstige complicatie een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een (in principe tijdelijk) stoma wordt aangelegd. In dit geval zal meestal helaas toch een gewone "open" operatie nodig zijn.
Na de operatie
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
- Eén of twee infusen voor vochttoediening.
- Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding.
- Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen.
- Een blaascatheter voor afloop van urine.
Al naar gelang uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen de een na de ander verwijderd.
In de loop van de dagen na de operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter en gaat u via vloeibare voeding weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor, maar wordt aan de persoonlijke situatie aangepast. U krijgt de eerste dagen drinken en eten naarmate uw maagdarmstelsel kan verdragen. Het herstel na een kijkoperatie gaat meestal wat vlotter dan na een "open" operatie.
Na de behandeling
De uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde darmweefsel is na ongeveer 1½ week bekend en wordt met u besproken. Indien u dan reeds naar huis ontslagen bent volgt het gesprek op het poliklinisch spreekuur op afspraak. Als u de aanwezigheid van een familielid bij het vernemen van de uitslag op prijs stelt, is het verstandig dat van tevoren met uw arts te bespreken. Naar aanleiding van deze bevindingen kan een aanvullende behandeling zoals radiotherapie of chemotherapie worden geadviseerd. Hierover zult u in het ziekenhuis of poliklinisch uitvoerig informatie ontvangen.
Het ontslag
Als alles goed gaat kunt u in het algemeen binnen 5 a 10 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Na ontslag zet het genezingsproces zich voort en bent u meestal nog niet meteen "de oude". Afhankelijk van uw leeftijd, conditie, aard van de aandoening, soort ingreep en eventuele nabehandeling (chemotherapie), kan het herstel enkele weken tot maanden duren. Er zijn meestal geen beperkingen met betrekking tot eetgewoonten en de normale lichamelijke activiteiten. Als stelregel geldt dat men mag doen wat men denkt aan te kunnen waar bij u "luistert naar uw eigen lichaam". Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis geregeld.
Wanneer u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u zich op dat moment voelt.
Hoelang u poliklinisch moet worden gecontroleerd, hangt natuurlijk samen met de aard van uw ziekte.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Datum laatste wijziging: 27-02-2007.